4 ultieme motivatietips voor een goede start van het collegejaar

Zie je als een berg op tegen een vervelende klus (zoals dit jaar toch echt die scriptie schrijven) of ben je niet vooruit te bránden terwijl er na de eerste collegeweek alweer een stapel leeswerk op je wacht? Vier tips om na een fijne zomer weer op gang te komen.

Van een of twee ‘verspilde’ dagen wordt niemand slechter, maar als dagen weken of maanden worden, heb je wel een probleem. Ayelet Fishbach, hoogleraar Gedragswetenschappen en Marketing aan de Universiteit van Chicago, doet al twintig jaar onderzoek naar wat mensen motiveert en gaf onlangs in de Harvard Business Review vier tips.

Effectief beloningssysteem

Even positief beginnen: geestdodende jurisprudentie doorwerken of überhaupt de stap zetten om naar de UB te fietsen: ga na hoe je jezelf kunt belonen (maar wel pas als je de klus écht hebt afgerond). MAAR: beloon jezelf wel voor het goede. Kwaliteit van je werk zou volgens Fishbach voorop moeten staan, niet de snelheid of het aantal afgeronde taken. Ze noemt ook een ‘negatief’ aspect: veel mensen kunnen slecht tegen hun verlies. En dat is uiterst effectief als een stok achter de deur. Zo kun je met jezelf afspreken dat je een bepaald geldbedrag doneert aan een goed doel of een vervelend klusje in huis moet doen als je je taak niet afkrijgt.

Stel concrete doelen

Vandaag ‘je best doen’ is minder effectief dan afspreken dat je aan het eind van de week netjes je college-aantekeningen hebt uitgewerkt. Het belangrijkste is volgens Fishbach dat je je focust op de leuke dingen van de taak. Haal je plezier uit veel schema’s en kleurtjes? Maak daar dan gebruik van. Zit er naast de UB een leuk koffietentje? Plan daar dan een overhoor-sessie in met een studievriend(in). Puilt je mailbox uit of moet je nog iets regelen voor DUO? Zet je favo muziek op en begin. Alles kan, zolang het de effectiviteit maar bevordert én je de taak afrondt.

Houd vol!

Begin je met een briljant idee enthousiast aan die essay, blijkt het onderwerp al ingepikt of is er toch minder bruikbaar bronnenmateriaal te vinden dan je dacht. Domper, maar laat de moed niet zakken. Het helpt om het werk op te delen in kleine stukjes. Door een planning per hoofdstuk en zelfs per paragraaf te maken houd je voor jezelf niet alleen het overzicht, maar lijkt de klus ineens veel beter haalbaar. Ook belangrijk: kijk aan het eind van de dag eens hoe ver je weer bent gekomen. Jezelf een schouderklopje geven mag best. Op dit punt benadrukt Fishbach het belang van ‘omdenken’: zo werkt ‘nog maar twee hoofdstukken te gaan!’ beter dan ‘ik heb nu drie hoofdstukken geschreven’.

Vertrouw op de medemens

Laat je niet demotiveren door medestudenten die door taken en studiestof heen vliegen. Iedereen heeft zijn eigen kwaliteiten. Fishbach adviseert op dit punt om juist eens met deze studenten in gesprek te gaan. Vraag eens hoe zij colleges voorbereiden of het beantwoorden van tentamenvragen aanpakken. Ook goed voor de motivatie: een ander advies geven. Deel scriptie struggles, bereid samen colleges voor en wellicht kom je nog tot nieuwe inzichten. Onderschat ook het belang van vrienden en familie niet: zij vormen volgens Fishbach een grote intrinsieke factor om te slagen.

Lees ook: Hier studeren rechtenstudenten het liefst