Wetsvoorstel gelijke kans op doorstroom vmbo-havo

Een rechtenstudent zal er in de regel minimaal negen jaar (vanaf de middelbare school) over doen om een bachelorsdiploma in ontvangst te mogen nemen. Die weg wordt variërend bewandeld. Afgelopen studiejaar waren er in totaal 985.506 scholieren verdeeld over allerlei onderwijssoorten, variërend van het vmbo basis-kaderberoeps 3-4 (100.105) tot het vwo 3-6 (173.873). Scholieren die een diploma vmbo in de theoretische of gemengde leerweg (gezamenlijk 115.085) behalen, moeten voortaan altijd kunnen worden toegelaten tot havo 4 als het aan minister Arie Slob voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media ligt.

De minister diende op 17 april jl. een wetsvoorstel in waarin die leerlingen, indien zij voldoen aan de voorwaarden die bij algemene maatregel van bestuur moeten worden vastgelegd, die overstap naar havo 4 kunnen maken. Die mogelijkheid bestaat nu ook, maar niet elke leerling wordt zomaar toegelaten. De vereisten voor de leerlingen zullen betrekking hebben op het door hen afgelegde examen. Dit wetsvoorstel beoogt een gelijkere kans op doorstroom te bevorderen. Het wetsvoorstel staat daarom treffend bekend als het wetsvoorstel Wet gelijke kans op doorstroom vmbo-havo.

Het verwachte effect van dit wetsvoorstel is (aldus het wetsvoorstel) dat er een duidelijke, eenduidige systematiek voor de doorstroom vanuit vmbo theoretisch en gemengde leerweg naar het havo komt, die leidt tot een gelijke behandeling van leerlingen en hen de mogelijkheid biedt door te stromen als ze dat kunnen en willen. De eerste procedurevergadering zal op woensdag 29 mei plaatsvinden. Er zal vanaf dan worden besloten of, en zo ja, welke voorwaarden er voor die leerlingen zullen gaan gelden.

Een belangrijk discussiepunt daarbinnen is het doubleerverbod (geweest). Dit verbod houdt in dit leerlingen die vanuit het vmbo instromen in havo 4 niet mogen blijven zitten. Dit geldt niet voor leerlingen die vanuit havo 3 naar havo 4 doorstromen; zij mogen wel blijven zitten. De toelichting stelt dat een doubleerverbod voor voormalig vmbo’ers kan worden aangemerkt als een aanvullende voorwaarde die betrekking heeft op kennis, vaardigheden of leerhouding van de leerling. Vóórdat een leerling onderwijs gaat volgen op de havoschool, is immers duidelijk dat niet alleen het extra avo-vak relevant is, maar dat de leerling ook niet mag blijven zitten. De Raad van State adviseerde in dit verband tegen dit verbod omdat dit tegen het idee van gelijke kansen ingaat.