Wetswijziging tot betere toegang tot de rechtspraak

Voorzitter van de Raad voor de Rechtspraak Henk Naves concludeerde eerder al in zijn nieuwjaarspeech dat betere toegang tot de rechtspraak noodzakelijk is: ‘‘Als ons rechtssysteem optimaal functioneert, is de rechter altijd in de buurt. Toch is de rechter op dit moment niet altijd goed bereikbaar. De beweegredenen zijn nobel, vaak wil men het proces versnellen en de rechter ontlasten. Maar is het niet juist de rechter die – met zijn mogelijkheden tot maatwerk, rekening houdend met alle omstandigheden van het geval – hierover zou moeten gaan?’‘ Een tweetal opvallende wetswijzigingen geven blijk dat de overheid actief beoogt om de toegang tot de rechtspraak te verbeteren.

Rechtsmaatregelen treffen kan om te beginnen een dure aangelegenheid zijn, zeker indien de rechter ook betrokken wordt bij een geschil. Minister voor Rechtsbescherming Dekker heeft om die reden een wetsvoorstel aanhangig gemaakt om de huidige griffierechten te verlagen. Wij schreven eerder al uitgebreider over deze wetswijziging. De huidige griffierechtcategorie van vorderingen van € 500 tot € 12.500 wordt daarmee gesplitst en de griffierechten voor rechtspersonen en burgers in de categorieën tot € 5.000 worden dichter bij elkaar gebracht. De griffierechten voor vorderingen van € 5.000 of meer worden verhoogd. Het uitgangspunt is dat dit wetsvoorstel budgetneutraal is. Op die manier worden de tekorten van circa 50 miljoen euro van de rechtspraak niet verhoogd.

Het doel van dit wetsvoorstel is om lagere geldvorderingen budgetneutraal te verlagen en de tarieven voor rechtspersonen en natuurlijke personen dichter bij elkaar te brengen volgens het rapport van het Integraal Afwegingskader voor beleid en regelgeving (IAK). Het veranderen van de huidige regelgeving wordt gerechtvaardigd doordat het publieke belang ziet op het matigen van de schuldenlast van burgers en het verlagen van de drempel naar de rechter voor met name het midden- en kleinbedrijf.

Een betere rechtstoegang is niet alleen gediend bij lagere griffierechten. Toegang tot de rechtspraak kan bijvoorbeeld een complexe aangelegenheid worden indien een minderjarige als verdachte is betrokken bij een misdrijf. De overheid heeft in het Staatsblad onlangs een wijziging bekendgemaakt om de Europese Richtlijn 2016/800/EU om te zetten in het Wetboek van Strafvordering en de Overleveringswet. Op grond van die regelgeving kunnen minderjarige verdachten nu niet meer afstand doen van hun recht op rechtsbijstand. Op die manier wordt ook hun – feitelijke – toegang tot de rechtspraak verbetert indien zij worden verdacht.

De wetswijziging is door de strafrechtbalie met instemming ontvangen. Voorzitter Joren Veldheer van de Nederlandse Vereniging van Jonge Strafrechtadvocaten (NVJSA) meent: “Hierin gaat een erkenning schuil voor het onderzoek van de Kinderombudsman waarin wordt geconcludeerd dat het nog te vaak mis gaat met het aanhouden en vastzetten van minderjarigen.” Ook de Kinderombudsman moedigt de wetswijziging toe omdat volgens een rapport van april 2019 minderjarigen te gemakkelijk worden vastgezet en de afwegingen niet zorgvuldig worden gemaakt. Volgens Joren Veldheer is de wijziging een goede eerste stap. “Maar deze lost het probleem van het ontbreken van de piketvergoeding in de situatie van een ontbieding van een minderjarige voor een verhoor (zonder aanhouding) nog niet op.”