Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen

De Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen is onlangs door de Eerste Kamer aangenomen en beoogt de kwaliteit van gebouwen en het bouwproces te verbeteren. Een historische gebeurtenis. De komst van deze wet introduceert een privaat toezichtstelsel en een verruiming van aansprakelijkheid van opdrachtnemers in de bouw. Voorts vindt er een grootschalige wijziging van vergunningsverlening plaats.

De nieuwe regelgeving zal niet per direct ingaan maar stapsgewijs worden geïmplementeerd door middel van een variëteit aan proefprojecten. De inwerkingtreding van de wet staat op de agenda voor 2021 en zal dan gelden voor relatief eenvoudige bouwwerken zoals een eengezinswoning. Die datum staat overigens zeker nog niet vast omdat uit experimenten nog kan blijken dat de bouwsector nog niet klaar is voor de nieuwe regelgeving. Complexere projecten worden later geleidelijk ingevoerd en zijn pas op een later tijdstip onderworpen aan de nieuwe regelgeving.

De wet heeft vooral gevolgen voor de opdrachtnemers omdat er een verplicht opleverdossier wordt ingevoerd. Opdrachtnemers moeten hierin verklaren dat het gebouwde volgens de vigerende bouwregelgeving is gebouwd en opgeleverd en daarom veranderd er (eveneens) veel aan het leerstuk van de verborgen gebreken in de zin van een aannemingsovereenkomst. Onder het huidige regime van BW 7 geldt nu nog dat de opdrachtnemer in beginsel alleen aansprakelijk is voor verborgen gebreken indien de opdrachtnemer bij de oplevering geen beroep doet op een non-conformiteit.

De opdrachtgever verkrijgt door het opleverdossier een sterkere positie in het kader van aansprakelijkheid omdat de opdrachtgever in het vervolg aansprakelijk is voor gebreken die niet zijn ontdekt bij de oplevering, tenzij deze gebreken ook hem niet zijn toe te rekenen. De bewijspositie (en daarom vaak ook het uiteindelijke recht) van de opdrachtgever wordt daarmee behoorlijk versterkt, zeker wanneer het gaat om een onkundige opdrachtgever. Indien het gaat om een niet-professionele partij is de nieuwe regeling daarom dan ook van dwingend recht, voor partijen die dit wel zijn kan hier uitdrukkelijk van worden afgeweken.

Minister Ollongren had eerst nog een extra stem nodig voor de meerderheid van deze wet maar speekt nu gelukkig over een belangrijk moment. “Na jaren debat is er nu brede parlementaire steun voor een nieuw stelsel. Daarmee krijgen consumenten het bouwwerk waar ze recht op hebben en kunnen veiligheidsincidenten beter worden voorkomen”.