Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid

Minister Dekker (Rechtsbescherming), Grapperhaus (Justitie en Veiligheid) en staatssecretaris Broekers-Knol (Justitie en Veiligheid) hebben een spoedwet ingediend die het mogelijk maakt dat rechtbanken voorlopig elektronisch zitting kunnen houden. De spoedwet vervalt in beginsel op 1 september 2020, maar kan per twee maanden worden verlengd. Bepaalde onderdelen van het wetsvoorstel hebben terugwerkende kracht tot en met 23 maart 2020. Het bevat verschillende voorzieningen en wettelijke aanpassingen om het wetgevingsproces, de rechtspraak en het openbaar bestuur zo goed als mogelijk te laten functioneren zolang de beperkingen als gevolg van de uitbraak van het coronavirus gelden.

Het wetsvoorstel beoogt onder meer dat fysieke zittingen in gerechtelijke procedures in het burgerlijke, bestuursrechtelijke en strafrechtelijke gerecht (tijdelijk) via elektronische weg kunnen plaatsvinden.  Daarnaast beoogt het tijdelijke voorzieningen voor vergaderingen en verslaglegging van rechtspersonen en van verenigingen van eigenaars. Op die manier kunnen tijdelijke elektronische middelen worden gebruikt op gebieden waar nog fysieke overleg- en besluitvormingsprocedures zijn voorgeschreven. Door het coronavirus is het fysiek bijeenkomen onwenselijk, aldus het ministerie van Justitie en Veiligheid. Het wetsvoorstel is aangenomen met handopsteken (150/0).

De elektronische middelen zijn niet zonder meer te gebruiken. Voorwaarde is bijvoorbeeld dat de leden en aandeelhouders tijdens die vergadering of van tevoren vragen kunnen indienen. Deze worden uiterlijk op de vergadering zelf beantwoord. Mocht een lid of aandeelhouder niet optimaal hebben kunnen deelnemen aan zo’n vergadering, dan zijn de genomen besluiten toch rechtsgeldig. Ook kan het bestuur de termijn voor het houden van een algemene vergadering en de termijn voor het opmaken van de jaarrekening uitstellen.

Het wetsvoorstel bevat ook andere tijdelijke voorzieningen. Zo wordt het mogelijk naast (of in plaats van) bloed ook speeksel of slijm af te nemen van verdachten. Dit is toegestaan indien het vermoeden bestaat dat de verdachte drager is van een ernstige besmettelijke ziekte. Dit betekent dus ook dat verdachten kunnen worden getest op het coronavirus.

De rechtspraak kan ondertussen ook al in meer gevallen elektronische communicatiemiddelen inzetten. Bijvoorbeeld tijdens een mondelinge behandeling. De stemmingen zijn bijvoorbeeld terug te zien. Straks kan dit vaker worden toegepast zodat bijvoorbeeld een advocaat of een procespartij niet fysiek hoeft te verschijnen, omdat met beeldbellen kan worden volstaan.