Tijdelijke Experimentenwet rechtspleging

Op 18 juli 2019 is het wetsvoorstel Tijdelijke Experimenten rechtspleging ingediend door Sander Dekker (minister voor Rechtsbescherming). Het wetsvoorstel biedt een wettelijke grondslag om met het oog op het bevorderen van eenvoudige, snelle, effectieve en de-escalerende geschilbeslechting te kunnen experimenteren met innovatieve vormen van rechtspleging.

Dit wetsvoorstel bewerkstelligt dat er een mogelijkheid komt om te onderzoeken hoe de procesvoering voor de burgerlijke rechter kan worden verbeterd. Speerpunten zijn de behoefte van de rechtszoekende burgers en bedrijven aan meer eenvoud, snelheid en effectiviteit alsmede de de-escalatie van het geschil. Het experimentele karakter maakt het dat de wet voor een looptijd van vijftien jaar moet gelden, waarbij het na tien jaar wordt geëvalueerd.

Aansluiten bij samenleving

Uit de memorie van toelichting blijkt dat de rechtspraak van Nederland op een hoog niveau staat. Er wordt verwezen naar de Rule of Law Index 2019 van het World Justice Project. Hierin staat de civiele rechtspraak op de tweede plaats in de wereldranglijst van 126 onderzochte staten. Om die positie te handhaven is behoefte aan verandering in de rechtspraak om voldoende te blijven aansluiten op de samenleving. De samenleving verandert namelijk snel, mede onder invloed van technologische ontwikkelingen en digitalisering, zij wordt complexer en individualistischer.

De veranderende samenleving heeft implicaties voor de rechtspraak omdat het ‘one size fits all’-model van het civiele procesrecht niet langer aansluit bij de karakteristieken van de rechtspraak. Procedures die jarenlang voortslepen worden bijvoorbeeld minder geaccepteerd. De rechtspraak zal volgens de memorie van toelichting in staat zijn om adequaat te reageren op zulke behoefte in het kader van een wisselende behoefte van mensen en hun wisselende vermogen om conflicten op te lossen. Het huidige systeem komt hierin tekort en is alleen al om die reden aan verandering toe. Reden om te experimenteren volgens het wetsvoorstel van minister Sander Dekker.

Raad van State

Uit het bijbehorende advies van de Raad van State blijkt dat er de nodige adviezen zijn geschreven naar aanleiding van dit wetsvoorstel. Het wetsvoorstel biedt bijvoorbeeld een grondslag voor het vaststellen van algemene maatregelen van bestuur en heeft daarom volgens het wetsvoorstel als zodanig geen financiële gevolgen. Die komen pas aan de orde bij de uitwerking van de experimenten in de algemene maatregelen van bestuur. Volgens de toelichting zullen de experimenten veelal bekostigd kunnen worden uit het budget voor vernieuwing, dat deel uitmaakt van de prijzen die elke drie jaar voor de rechtspraak worden overeengekomen.

De Afdeling is van oordeel dat hiermee onvoldoende inzicht wordt gegeven in de mogelijkheid om de experimenten te kunnen bekostigen, juist in het verband van een rechtspraak met financiële tekorten. De Afdeling adviseert te verduidelijken hoe realistisch het is om te varen op het reguliere budget van de rechtspraak voor vernieuwing. Dat budget kan ook voor andere vernieuwingsopdrachten nodig zijn. Hoe de procedurevergading op deze opmerking en andere adviezen zal reageren staat voor 11 september aanstaande op de agenda.