Nieuw wetsvoorstel voor vereenvoudiging en modernisering van het bewijsrecht

Minister Dekker voor rechtsbescherming heeft een wetsvoorstel ingediend dat een verbetering en versimpeling moet brengen voor het verzamelen van de relevante informatie en bewijsmateriaal in de fase voorafgaand en tijdens de civiele procedure. De Raad van State adviseerde eerder dat dergelijke aanpassingen wenselijk zijn.

De rechter kan na de mondelinge behandeling uitspraak doen als alle benodigde informatie over de zaak van partijen zoveel als mogelijk voor de rechter beschikbaar is. Het wetsvoorstel bevat een aantal uitgangspunten:

• het zoveel mogelijk door partijen verzamelen van de relevante informatie over hun geschil voordat een procedure bij de rechter wordt aangespannen;
• de mogelijkheid voor de rechter om binnen de grenzen van de rechtsstrijd met partijen de feitelijke grondslag van hun vordering, verzoek of verweer te bespreken;
• er komt één verzoek om een of meer voorlopige bewijsverrichtingen in plaats van afzonderlijke verzoeken per voorlopige bewijsverrichting (een voorlopig getuigenverhoor, een voorlopig deskundigenbericht, een voorlopige plaatsopneming of bezichtiging en een vordering tot inzage voorafgaand aan een procedure);
• het inzagerecht (de regeling van de exhibitieplicht) wordt aangepast en zo veel mogelijk gelijkgetrokken met de overige bewijsverrichtingen. Voor alle verzoeken om een voorlopige bewijsverrichting gaan dezelfde toe- en afwijzingscriteria gelden, en;
• de mogelijkheid om beslag te leggen op bewijsmateriaal in zaken die niet gaan over intellectuele eigendomsrechten wordt vastgelegd in de wet.

Het wetsvoorstel is nu in voorbereiding en zal worden besproken in debat. Op 10 september 2020 zal een verslag worden ingebracht van het wetsvoorstel.