Waarschuwings- en gebodsborden in het verkeer; een grote chaos!

Volgens José de Jong, woordvoerder van Veilig Verkeer Nederland (VVN), zorgt een te grote hoeveelheid aan waarschuwings- en gebodsborden voor gevaarlijke situaties in het verkeer. Derhalve pleit VVN samen met het Kenniscentrum Verkeer en Vervoer van de overheid (CROW) en de HR Groep voor het weghalen van overbodige verkeersborden.[1]

Een weggebruiker zal bij een grote hoeveelheid aan borden niet meer op het verkeer zelf letten, maar zijn aandacht te veel laten verschuiven naar de borden, aldus De Jong. Daarnaast zijn de verkeersborden veelal niet duidelijk en doorgaans onbegrijpelijk. Dit omdat er bijvoorbeeld, vooral als het nieuwe borden betreft, niet expliciet duidelijk wordt gemaakt voor welke weggebruikers het betreffende bord geldt.

Een verkeersbord moet voldoende specifiek zijn (zie Annema/Staat[2]).Dit betekent dat het bord voldoende moet aangeven voor welk gevaar wordt gewaarschuwd. Daarnaast moet de waarschuwing vermeld op het verkeersbord gericht zijn op specifieke risico’s ( zie De Treek/Dexia[3]).Ten slotte dient het verkeersbord effectief te zijn, wat wil zeggen dat met het bord effect op het gedrag wordt bewerkstelligd, waardoor het gevaar kan worden vermeden (zie Jetblast[4]).

Door het weghalen van de borden zal er een situatie van zelfregulatie van weggebruikers ontstaan, verwachten de eerdergenoemde organisaties. Dit neemt het gevaar van onduidelijkheid in het verkeer door een te grote hoeveelheid aan borden weg, maar zorgt wel voor meer rechtsonzekerheid voor weggebruikers in verkeerssituaties. Derhalve dient de praktijk nog verder uit te wijzen of deze zelfregulatie in het verkeer kan dienen als mechanisme voor veilige verkeerssituaties.  


[1] I. De Zwaan, ‘Verkeersorganisaties: chaos aan borden zorgt voor gevaar op de weg’, De Volkskrant, 3 december 2019.

[2] HR 6 september 1996, ECLI:NL:HR:1996:ZC2128.

[3] HR 5 juni 2009, ECLI:NL:HR:2009:BH2815.

[4] HR 28 mei 2004, ECLI:NL:HR:2004:AO4224. -language: