Achtergrond: verzoek slachtoffer tramincident tot inzage beelden afgewezen

Op maandag 2 maart startte het inhoudelijke proces tegen de verdachte van de tramaanslag van 18 maart 2019, Gökmen T. Voorafgaand aan het proces vroeg een van de slachtoffers van het tramincident aan de rechtbank om het vrijgeven van de beelden van de aanslag door de Staat. Meer daarover wordt in dit artikel uiteengezet.

Slachtoffer Mustafa Ercan was een van de passagiers aan boord van de tram ten tijde van de aanslag. De aanslag werd vastgelegd door acht camera’s die in de tram en op het 24 Oktoberplein hingen. Ercan vorderde in de bewuste procedure om de Staat te veroordelen tot het binnen 24 uur verstrekken van de beelden van de aanslag, vanaf het moment dat Ercan de tram binnenliep tot het moment dat de verdachte van de aanslag de tram verliet. De rechtbank wees het verzoek af.

Vordering eiser

Ercan was van mening dat de tenlastelegging tegen de verdachte in zijn huidige vorm geen recht doet aan de traumatische ervaring die het slachtoffer is overkomen. Hij meende dat het voorval een doelgerichte poging was om hem van het leven te beroven, zoals te zien zou moeten zijn op de camerabeelden. Gelukkig weigerde het wapen van de verdachte en bleef Ercan (fysiek) ongedeerd.

Het doel van het eisen van het vrijgeven van de beelden was dat het slachtoffer zelf wilde kunnen vaststellen of er sprake is van poging tot moord of doodslag. Het Openbaar Ministerie (OM) had namelijk slechts een selectie van de beelden getoond. Ercan stelde dat het kennisnemen van de beelden belangrijk voor hem is om een procedure op grond van artikel 12 Sv (vervolging bewerkstelligen en daarmee de tenlastelegging laten aanpassen) te starten. Naast de mogelijkheid om artikel 12 Sv deugdelijk te kunnen onderbouwen, stelde hij ook dat het kennisnemen van de beelden hem zou kunnen helpen in het verwerkingsproces.

Beoordeling voorzieningenrechter

De rechtbank ging tijdens het kort geding in op de twee argumenten waarmee Ercan zijn vordering onderbouwde in de procedure. Het eerste argument ziet op de artikel 12 Sv-procedure, het tweede argument op zijn eigen verwerkingsproces.

Inzage procesdossier en artikel 12 Sv-procedure

Ten eerste ging de rechtbank kort in op de strafvorderlijke regels voor kennisneming door de verdachte en andere procesdeelnemers van de voor de zaak relevante stukken. Volgens de rechtbank is het aan de officier van justitie om het procesdossier samen te stellen. Dit betekent dat het OM in deze zaak mocht besluiten dat de camerabeelden van de aanslag geen onderdeel zouden uitmaken van het procesdossier. Artikel 51b lid 1 Sv biedt slachtoffers de mogelijkheid tot kennisname van processtukken, maar in deze zaak kon Ercan daar dus geen beroep op doen, omdat de camerabeelden geen onderdeel uitmaakten van het procesdossier. Wel kan een eiser op grond van lid 2 van artikel 51b Sv een verzoek indienen tot het toevoegen van de camerabeelden aan het procesdossier. Het OM zal bij de beoordeling kijken naar het procesbelang, dat wordt bepaald door de tenlastelegging. Aangezien het doel van de heer Ercan echter was om de tenlastelegging te wijzigen, bood artikel 51b Sv hier ook geen soelaas.

Verder ging de rechtbank kort in op artikel 12 Sv. Volgens de rechtbank voerde de Staat terecht aan dat eiser in de artikel 12 Sv-procedure op grond van artikel 12f Sv aan het gerechtshof kan verzoeken kennis te nemen van stukken die op de zaak betrekking hebben. In de artikel 12-procedure kan dus nog nader onderzoek gedaan worden en is het ook mogelijk om daarbij informatie te betrekken die er wel is, maar (nog) geen onderdeel uitmaakt van het strafdossier. Deze procedure is in zijn algemeenheid een met voldoende waarborgen omklede rechtsgang waarmee eiser kan bewerkstelligen wat hij in dit kort geding beoogt, namelijk aanpassing van de tenlastelegging.

Verwerkingsproces voor het slachtoffer

Daarnaast ging de rechtbank in op het argument ten aanzien van het verwerken van de tramaanslag. De rechtbank had begrip voor het feit dat Ercan duidelijkheid wilde krijgen over wat hem precies is overkomen op de dag van de aanslag, maar wees tegelijkertijd op het volgende: “Het gaat hier om schokkende beelden, waarop een gewelddadig incident is vastgelegd dat heeft geleid tot dodelijke slachtoffers. Onder meer de piëteit die jegens nabestaanden van de dodelijke slachtoffers in acht moet worden genomen, noopt ertoe dat bijzonder terughoudend moet worden omgegaan met verstrekking daarvan.”

De rechtbank was daarnaast van mening dat eiser onvoldoende aannemelijk maakte dat de Staat beschikt over beelden die redelijkerwijs iets toevoegen aan het beeldmateriaal dat eiser al heeft ingezien op 6 september 2019. Na afloop van de zitting bleek echter wel dat de beelden van een van de vier camera’s van het achterste deel van de tram niet zijn getoond aan eiser. Toch zag de voorzieningenrechter naar aanleiding daarvan geen reden om de veronderstellen dat het OM bewust camerabeelden heeft achtergehouden, aangezien het OM altijd oog heeft gehad voor de belangen van de slachtoffers. De Staat had tijdens de procedure eiser nog aangeboden om de volledige beelden van de vier camera’s aan hem te laten zien. Eiser stemde hier niet mee in, omdat hij ook de camerabeelden van de voorste zijde van de tram wilde zien.

Tot slot was de rechtbank van mening dat eiser al inzage heeft gehad in beelden van zichzelf in de tram van seconde tot seconde en dat daarom niet valt in te zien dat hij daarnaast nog een belang had bij inzage in beelden waarop hij nauwelijks waarneembaar in beeld was (slechts een deel van zijn schoenen).

Wrakingsverzoek

Tijdens het proces van de tramaanslag dat plaatsvond van maandag 2 maart tot en met donderdag 5 maart, diende Ercan op de laatste zittingsdag een wrakingsverzoek in bij de rechtbank Midden-Nederland. Hij was van mening dat de rechtbank als college partijdig zou zijn bij de behandeling van deze zaak. De achtergrond van het wrakingsverzoek is het hierboven behandelde kort geding. Ercan is van mening dat de verdachte van de tramaanslag heeft geprobeerd hem te vermoorden, terwijl het OM het houdt op een bedreiging. De wrakingskamer bepaalde uiteindelijk dat de rechters mochten blijven zitten.