Vervangende toestemming voor chemotherapie ondanks bezwaar ouders

De driejarige Noah werd door een jeugdzorginstelling bij zijn ouders weggehaald, nadat zij weigerden hem naar doktersafspraken te brengen voor chemotherapie. Naast de uithuisplaatsing verleende de rechter -tegen de wil van de ouders in- vervangende toestemming, zodat Noah verplicht chemokuren krijgt.

Volgens dokters is de enige optie chemotherapie, andere therapieën kunnen het Amerikaanse jongetje niet helpen. Dat, terwijl de ouders geloven in een meer alternatieve aanpak om kanker te bestrijden. Zo gebruikten zij CBD-olie, alkalinewater, paddenstoelthee, kruidenextracten en een aangepast dieet onder het mom van een homeopathische genezing. Artsen wezen op het feit dat de chemotherapie noodzakelijk was om de minderjarige te genezen, maar als reactie hierop verschenen de ouders niet meer in het ziekenhuis. De ouders werden niet veel later gelokaliseerd in Kentucky, waarna het kind bij hen werd weggehaald door de kinderbescherming en de rechter tot het besluit kwam om de peuter verplicht te laten behandelen.

Nederlandse zaken

Niet alleen aan de overkant van de oceaan is te zien dat de rechter vervangende toestemming geeft voor een medische behandeling als ouders weigeren dit te doen. De kinderrechter heeft op grond van twee bepalingen uit het Burgerlijk Wetboek de bevoegdheid om de ouderlijke autonomie te beperken en vervangende toestemming te verlenen voor de geneeskundige behandeling van een minderjarige.

Artikel 1:265h BW is van toepassing wanneer de behandeling noodzakelijk is om ernstig gevaar voor de gezondheid van het kind -onder de twaalf jaar of oudere kinderen die niet in staat zijn om hun belangen te bepalen- af te wenden. De bevoegdheid op grond van artikel 1:265h BW is specifiek bedoelt voor eenmalige situaties.

Het Burgerlijk Wetboek kent ook artikel 1:265e BW als wettelijke grondslag voor de vervangende toestemming van de medische behandeling. Dit artikel geeft een gecertificeerde instelling -na tussenkomst van de kinderrechter- de bevoegdheid om meerdere beslissingen te nemen gedurende een langere periode. Hierbij moet worden gedacht aan een uithuisplaatsing in combinatie met een ondertoezichtstelling.

Autonomie

Ouders hebben in beginsel ouderlijke autonomie en nemen zelf beslissingen voor hun kinderen. Inmenging van een rechter zal het laatste zijn waar zij op zitten te wachten als zij ervan overtuigd zijn dat zij het juiste doen voor hun kind of als zij vanuit hun godsdienst of levensovertuiging handelen. Toch gebeurt het, omdat het recht op leven en het recht op gezondheid vaker wel dan niet prevaleert boven de ouderlijke autonomie.

Op het moment dat een wilsbekwame minderjarige van boven de twaalf jaar oud geen toestemming verleent voor een medische behandeling, terwijl de ouders wensen om een medische behandeling voort te zetten, mag de arts de behandeling niet uitvoeren.

Een voorbeeld waarin deze situatie aan de orde komt, is de zaak van de twaalfjarige David die chemotherapie weigerde. In casu weigerde de minderjarige hier toestemming voor te verlenen, terwijl zijn vader wenste dat de medische behandeling toch uitgevoerd werd. Het hof besloot uiteindelijk dat een minderjarige boven de twaalf jaren oud het recht heeft om een geneeskundige behandeling te weigeren, nu dit een uitoefening is van het grondwettelijke recht op lichamelijke integriteit.

Geen toestemming nodig

Aan het ontbreken van de toestemming van ouders kan in bepaalde gevallen dus voorbij worden gegaan. Ook de omgekeerde situatie zou zich kunnen voordoen: een minderjarige die toestemming geeft voor een geneeskundige behandeling, terwijl ouders weigeren toestemming te verlenen. Ter illustratie dient de zaak waarin een arts een jongen had gevaccineerd, ondanks dat één van de ouders dit stelselmatig weigerde. In casu achtte de rechtbank het van doorslaggevend belang dat de andere ouder wel toestemming gaf en dat de minderjarige baat had bij vaccinatie, omdat hiermee levensbedreigende infectieziektes voorkomen worden.