Uitzendkrachten op schiphol krijgen tot € 50.000 aan nabetalingen

Zestien buitenlandse uitzendkrachten, die jarenlang op Schiphol hebben gewerkt via de uitzendbureaus Flexcargo en DMW, kregen hiervoor slechts het minimumloon uitbetaald. De rechter heeft bepaald dat zij recht hebben op een nabetaling omdat zij minder betaald kregen dan vaste medewerkers die hetzelfde werk hebben verricht. 

Door Kirsten Willms

De uitzendkrachten hebben tussen 2011 en 2015 als vrachthalmedewerker gewerkt in de vrachthal van DHL en MWC op Schiphol en waren in dienst bij de uitzendbureaus Flexcargo en DMW. De uitzendbureaus betaalden aan hen het minimumloon, terwijl de vrachthalmedewerkers die rechtstreeks in dienst waren bij DHL en WMC meer loon ontvingen voor het verrichten van dezelfde arbeid.

Zestien uitzendkrachten hebben vorderingen ingesteld tegen de uitzendbureaus waar zij in dienst waren. Zij eisten uitbetaling van het verschil tussen het minimumloon en het hogere loon dat de vaste medewerkers ontvingen. Het loon dat de vaste medewerkers ontvingen is gebaseerd op de cao die op hen van toepassing is. Op grond van artikel 22 van de cao hebben uitzendkrachten recht op hetzelfde loon als vaste medewerkers van de inlener die hetzelfde werk verrichten.  

De uitzendbureaus hebben daar tegen aangevoerd dat de cao niet van toepassing is op de uitzendkrachten en zij dus geen recht hebben op het daarin opgenomen hogere loon. Voor de toepassing van een cao wordt namelijk gekeken naar wie de ‘inlener’ is en een deel van deze uitzendkrachten waren doorgeleend aan een tussenliggende onderneming. De uitzendbureaus voerden aan dat deze onderneming formeel gezien de inlener is en hier geldt geen cao.

De rechtbank heeft geoordeeld dat de werkzaamheden wel gelijk zijn en de vorderingen zijn toegewezen. De rechter onderbouwt het oordeel met de overweging dat het kennelijke doel van art. 22 lid 1 NBBU cao meebrengt dat als ‘inlener’ moet worden aangemerkt de eindinlener, dat wil zeggen de onderneming waar de terbeschikkingstelling feitelijk en daadwerkelijk plaatsvindt. Iedere andere uitleg zou ertoe leiden dat aan de bedoelde werking van dit artikel en het beginsel eenvoudig kan worden ontkomen door gebruik te maken van een constructie van doorlening. 

De bedragen die door de uitzendbureaus moeten worden uitgekeerd variëren tussen de €6.500 en €50.000. De vrachthalmedewerkers kregen gemiddeld maar liefst 30 procent van hun jaarinkomen te weinig uitbetaald.