Tweede Kamerverkiezingen onder vuur: waarom is poststemmen niet toegankelijker?

Vanwege het coronavirus zal het voor zeventigplussers mogelijk zijn hun stem uit te brengen per post, iets wat normaal niet gebruikelijk is in Nederland. Op deze manier wil de Staat kwetsbare ouderen beschermen tegen het oplopen van een eventuele besmetting tijdens het stemmen. Zo hoeven zij niet naar de stembus om hun stem uit te brengen. Kwetsbare personen jonger dan zeventig jaar vragen zich af waarom zij niet per post mogen stemmen. 

Virusvrij stemmen

Minister Kajsa Ollongren (Binnenlandse Zaken) heeft de afgelopen maanden veel maatregelen getroffen om de verkiezingen zo ‘coronaproofmogelijk te organiseren. Stembureaus zullen worden ingericht zodat anderhalve meter afstand kan worden gewaarborgd. Stemlokalen zullen vanaf maandag 15 maart drie dagen open zijn en iedereen krijgt een eigen potlood.

De belangrijkste maatregel voor het veilig verlopen van de verkiezingen is het mogelijk maken van grootschalig stemmen per post. Personen van zeventig jaar en ouder hoeven zich niet te melden bij een stembureau, maar kunnen hun stem per post uitbrengen. Een grote groep kwetsbare personen wordt met deze maatregel niet geholpen, namelijk: kwetsbare personen onder de zeventig jaar.

Zorgen

Kwetsbare kiesgerechtigde vinden de al getroffen maatregelen niet genoeg. Zij ervaren de regels die er nu zijn als een dwang om naar de stembus te komen, wat voor deze groep mensen een gevaar op besmetting oplevert. Ook vinden sommigen de mogelijkheid van volmacht niet prettig. Met een volmacht zou je je stemgeheim verliezen en sommige personen hebben niemand in hun directe omgeving die ze vertrouwen met een volmacht. De PvdD zag deze problemen en besloot een kort geding in te stellen tegen de Staat. Vertegenwoordigers van de PvdD stellen dat er met de grens van zeventig jaar sprake is van discriminatie. De advocaat van PvdD stelt dat een groep van één miljoen kwetsbare kiezers door de maatregel ‘gediscrimineerd worden en onevenredig belemmerd in hun fundamentele kiesrecht.’

PvdD betoogt voor de rechter dat zo nodig de verkiezingen uitgesteld worden om poststemmen voor kwetsbaren onder de zeventig toch mogelijk te maken. Naast de inbreuk op het individuele stemrecht en het bestaan van discriminatie stellen de advocaten dat er ook een kans is dat de uitslag van de verkiezingen vertekend zullen zijn. Als een grote groep kwetsbaren niet zal komen stemmen uit angst voor een eventuele besmetting zal de uiteindelijke zetelverdeling in de Kamer daardoor worden beïnvloed.

Organisatorische nachtmerrie

Minister Ollongren en de landsadvocaat betogen dat het wijzigen van het beleid op dit moment niet haalbaar is. In het kort geding wordt gesteld dat de tijd tot 17 maart te kort zal zijn om poststemmen voor kwetsbaren onder de zeventig jaar mogelijk te maken. De Staat ziet ook niks in een eventueel uitstel van de verkiezingen, aangezien er al vele maatregelen zijn genomen om veiliger te stemmen.

De rechter gaat niet mee in de vordering van de PvdD. Een belangrijke reden is dat de rechter de wetgever geen bevel wil geven bepaalde wetgeving te maken. De rechter vindt dat een primaire taak voor de wetgevende macht.