Terugsturen asielzoekers naar Griekenland?

Uit uitspraken van de Raad van State blijkt dat Nederland asielzoekers die al in Griekenland asiel hadden aangevraagd mag terugsturen met als voorwaarde dat zij daar adequate toegang tot rechtsbijstand hebben. Pas als uit onderzoek of garanties blijkt dat de vreemdelingen toegang krijgen tot rechtsbijstand, mag de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid weer vreemdelingen naar Griekenland terugsturen.

In de uitspraken gaat het om twee aanvragen voor verblijfsvergunningen door Syriërs. Die aanvragen zijn door de staatssecretaris niet in behandeling genomen, omdat de betreffende personen zich al in Griekenland hadden gemeld. Op grond van de Dublinverordening is het eerste land waar een asielzoeker zich meldt namelijk verantwoordelijk. In casu dus Griekenland.

Echter, de twee Syriërs beriepen zich op de slechte omstandigheden in de asielzoekerscentra van Griekenland en zeiden dat zij daarom niet teruggestuurd konden worden. De Raad van State heeft nu geoordeeld dat zij wel teruggestuurd kunnen worden met inachtneming van bovenstaande voorwaarde.

Onduidelijkheid

Het uitzetten van asielzoekers ligt stil sinds 2011, omdat het EHRM toen heeft geoordeeld dat de omstandigheden in Griekenland te slecht waren om de Dublinverordening uit te voeren. In 2016 heeft de Europese Commissie geoordeeld dat de omstandigheden voldoende waren verbeterd om weer te beginnen met het terugsturen van asielzoekers naar Griekenland. Met de bovenstaande uitspraken heeft de Raad van State voorlopig een einde gemaakt aan het zonder goede rechtshulp terugsturen van deze personen. Wat dit betekent voor het Nederlandse uitzetbeleid is nog onduidelijk.

Betreffende uitspraken Raad van State: 201904035/1/V3 en  201904044/1/V3.