Staatssecretaris: fraudelijst Belastingdienst moreel verwerpelijk

In een onlangs gepubliceerde Kamerbrief reageert staatssecretaris Van Rij op twee onderzoeken van accountantskantoor PwC over de Fraude Signalering Voorziening (FSV). Hij noemt het fraudesysteem van de Belastingdienst “onacceptabel en moreel verwerpelijk”.

De Belastingdienst en Toeslagen hebben als taak het heffen en innen van belastingen, het uitkeren van toeslagen en de controle hierop. Om deze taken goed en snel uit te kunnen voeren maakt de Belastingdienst gebruik van verschillende computersystemen. Een van deze systemen was de FSV. De FSV werd gebruikt voor het registreren van risicosignalen. Mensen werden op de “zwarte lijst” of “fraudelijst” gezet wanneer de Belastingdienst risicosignalen ontving. Het kon gaan om hoge aftrekposten in hun aangifte inkomstenbelasting, maar ook tips van anderen konden ertoe leiden dat iemand als potentiële fraudeur werd bestempeld. Op de lijst stonden zo’n 240.000 mensen, waaronder minderjarigen. Vanwege hun notering op de lijst kwamen ze niet in aanmerking voor schuldsanering of een betalingsregeling voor een toeslagenschuld. Eind vorig jaar werd al duidelijk dat duizenden mensen zo in de financiële problemen zijn gekomen.

De Belastingdienst gebruikte de beruchte fraudelijst van 2013 tot maart 2020. Uit eerder onderzoek bleek dat het gebruik van dit systeem op verschillende punten al niet voldeed aan de privacywetgeving. De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) sprak over een “ongekende schending van de beginselen van privacywet AVG”.  Zo bleek dat de privacy van mensen hierdoor werd geschonden, dat persoonsgegevens te lang bewaard werden en dat te veel medewerkers van de Belastingdienst toegang hadden tot het systeem. Daarom is de FSV op 27 februari 2020 stopgezet en niet meer gebruikt.

In de twee nieuwe onafhankelijke onderzoeken door PwC blijkt dat zeker bij tientallen mensen het risico op fraude was gebaseerd op persoonskenmerken zoals nationaliteit of uiterlijk, waarna ook zij op de ‘fraudelijst’ geplaatst werden. PwC schat dat bij 11 procent van de gevallen bijzondere gegevens zoals etniciteit werd geregistreerd. Deze onderzoeksresultaten zijn in tegenspraak met eerdere uitspraken van de Belastingdienst. In 2020 kwam uit onderzoek van Trouw en RTL Nieuws al naar voren dat de Belastingdienst zich bij de controle van de aangifte inkomstenbelasting schuldig maakte aan etnisch profileren. Destijds ontkende de Belastingdienst nog dat hier sprake van was bij de registratie op de FSV-lijst.

Van Rij vindt de hele gang van zaken ernstig en noemt de beschrijvingen in de handleidingen “discriminatoir”. “Je mag niet oordelen op basis van persoonlijke kenmerken,” zo schrijft hij. Maar van racisme is volgens hem geen sprake. “Dan gaat het om het stelselmatig en bewust vernederen van een bevolkingsgroep en dat gebeurt hier niet.” Daarbij geeft de staatssecretaris ook aan dat momenteel nog gewerkt wordt aan een mogelijke tegemoetkoming voor mensen die op de fraudelijst stonden geregistreerd. Hij verwacht in april met voorstellen over de tegemoetkoming te komen. Daarbij is nog onduidelijk of iedereen gecompenseerd zal worden die op de lijst stond of enkel de mensen die daadwerkelijk nadeel hebben ondervonden doordat ze te boek stonden als mogelijke fraudeur.