Staat aangeklaagd wegens stankoverlast door megastallen

Zestien burgers uit onder andere Noord-Brabant en Limburg, slepen de Nederlandse staat voor de rechter. Volgens de burgers in kwestie ervaren mensen die op het platteland wonen constant last van de geur die megastallen produceren. Ze willen voortaan beter beschermd worden tegen de stankoverlast.

Volgens de groep van zestien burgers heeft de Nederlandse staat een onrechtmatige daad jegens hen begaan, nu de flexibele wetgeving voor veehouderijen een voortdurende stankoverlast voor omwonenden veroorzaakt. Dit maakt het Brabants Burgerplatform, dat met de groep burgers samenwerkt, bekend in een persbericht. De bescherming van veehouders door de staat is hoog, nu de overheid toestaat dat varkens- en pluimveehouderijen in bepaalde delen van het land meer stank mogen produceren dan andere sectoren. Eenzelfde mate van bescherming van het recht van burgers om ongestoord te kunnen genieten van hun woning zou daarentegen ver te zoeken zijn.

Blijkens de dagvaarding beroepen de burgers zich op artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM), artikelen 21 en 22 van de Grondwet en artikel 6:162 van het Burgerlijk Wetboek. Ze vinden dat de stankoverlast een ernstige aantasting van hun woongenot oplevert en mogelijk ook hun gezondheid schaadt. De staat zou hun woongenot en gezondheid onvoldoende beschermen, terwijl hij een positieve rechtsplicht heeft om dit wél te doen. Omdat de staat in strijd met deze rechtsplicht handelt, handelt hij volgens de burgers onrechtmatig.

Eisen

De vordering van de groep burgers is vierdelig. Ten eerste willen ze een verklaring van recht dat de inadequate bescherming van hun woongenot onrechtmatig is jegens hen. Ten tweede vorderen ze dat de staat veroordeeld wordt maatregelen te treffen om de onrechtmatige toestand op te heffen. Ten derde zien ze graag een redelijke compensatie tegemoet voor de tijd die het vergt om die maatregelen te treffen. Ten slotte eisen ze een schadevergoeding voor alle geleden en nog te lijden materiële en immateriële schade.

De advocaat van de eisers, Nout Verbeek, benadrukt verder dat boeren geen enkel verwijt wordt gemaakt, aangezien zij handelen in overeenstemming met de aan hun afgegeven vergunningen. “De boeren blijven binnen de vergunningsruimte die de overheid ze biedt. Ze doen dus niks fout. Het punt is alleen dat die vergunningen nooit hadden mogen worden toegekend. De stank die uit de stallen komt, vormt voor omwonenden een serieus probleem”, vertelt Verbeek. 

Verwijzing naar Urgenda-zaak

Verbeek omschrijft de recente uitspraak van de Hoge Raad in de bekende Urgenda-zaak als een belangrijk ijkpunt voor de onderhavige zaak, nu op basis daarvan geconcludeerd kan worden dat de overheid in zaken als deze verplicht kan worden om strenger beleid te voeren. Ook in het voornoemde persbericht wordt, verwijzend naar de Urgenda-jurisprudentie, de conclusie getrokken dat de kans op succes voor de groep burgers reëel is. In de Urgenda-zaak oordeelde de Hoge Raad immers dat zowel uit artikel 2 als artikel 8 van het EVRM een verplichting van de staat voortvloeit om maatregelen te nemen om de in die artikelen neergelegde rechten van burgers te beschermen.

Megastallen

Ten aanzien van de vraag wat men onder een ‘megastal’ moet verstaan, heeft onderzoeksinstituut Alterra van de Universiteit van Wageningen uitsluitsel gegeven. Tegenwoordig is sprake van een megastal wanneer meer dan 120.000 legkippen, 220.000 vleeskuikens, 7.500 vleesvarkens, 1.200 fokvarkens, 1.250 vleeskalveren, 250 melkkoeien of 1.500 geiten in één stal worden gehouden.