Ruim 21.000 DNA-profielen criminelen ontbreken in databank

Uit onderzoek van Nieuwsuur bleek afgelopen week dat in de landelijke dna-databank meer dan 21.000 dna-profielen van veroordeelde criminelen ontbreken. Dat is in strijd met de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden. Ten opzichte van de situatie in 2016, toen er ruim 10.000 profielen ontbraken, is de situatie zelfs verergerd. En dat is reden tot zorg: door het ontbreken van de profielen blijven honderden misdrijven onopgelost.

Criminelen die veroordeeld zijn voor een misdrijf moeten op grond van de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden verplicht hun dna afstaan. Voorwaarde is wel dat het om een veroordeling voor een misdrijf moet gaan waarvoor voorlopige hechtenis is toegestaan. De afnameplicht geldt daarnaast ook voor een aantal misdrijven met een lagere gevangenisstraf, zoals eenvoudige mishandeling. Ondanks dat het ministerie van Veiligheid en Justitie in 2016 al beterschap beloofde, houdt het zich nog steeds niet aan deze dna-wet.

Moord Els Borst
Aanleiding voor het eerste onderzoek naar de achterstand was de moord op oud-minister Elst Borst in 2014. Moordenaar Bart van U. werd pas na een jaar opgepakt, en dat terwijl hij een psychiatrisch patiënt is met een strafblad. In dat jaar pleegde hij nog een moord, die waarschijnlijk voorkomen had kunnen worden als zijn dna in de databank had gezeten. Het onderzoeksrapport destijds was vernietigend.

De afgelopen jaren is de situatie echter alleen maar verslechterd. Een zorgelijke ontwikkeling. Volgens hoogleraar rechtspsychologie Peter van Koppen hebben mensen die veroordeeld zijn voor een misdrijf vaak ook een ander misdrijf gepleegd. Onopgeloste misdrijven zouden dus wel eens kunnen worden opgelost met de ontbrekende dna-profielen.

Onwerkbaar systeem
Vooral het onwerkbare systeem van dna verzamelen lijkt de boosdoener te zijn. Veroordeelden worden vaak pas opgeroepen voor een dna-afname als zij alweer thuis zitten. Per brief krijgen ze een oproep om bij het politiebureau dna in te leveren. Aangezien de meeste criminelen daar niet op zitten te wachten, moet de politie de veroordeelden zelf opsporen. En dat blijkt ontzettend lastig: het woonadres is vaak onbekend en de veroordeelden willen simpelweg niet gevonden worden. Het tempo waarin de dna profielen worden verzameld loopt daardoor aanzienlijk achter bij de toename van het aantal veroordeelden van een misdrijf. Als er niets veranderd zal de achterstand dus alleen maar verder toenemen.

Hoe nu verder? Hoogleraar rechtspsychologie Peter van Koppen pleit voor een effectievere manier om dna te verzamelen. Op het moment dat iemand wordt aangehouden moet direct het dna worden verzameld. Daarvoor is wel een aanpassing van de wet nodig. Dat is haalbaar, aangezien de dna-wetgeving vanwege ontwikkelingen de afgelopen 30 jaar om de paar jaar is aangepast. Kleine moeite om bij de volgende aanpassing deze wijziging door te voeren.