Raad voor de rechtspraak: kabinet moet duidelijker zijn over gevolgen coronawet

Met de Tijdelijke wet maatregelen covid-19, ook wel de coronawet genoemd, wil het kabinet maatregelen ter bestrijding van het coronavirus wettelijk vastleggen en aanvullen. De afgelopen weken is er flink wat kritiek geweest op de wet. Ook de Raad voor de rechtspraak is kritisch. Volgens de Raad voor de rechtspraak is het nog onduidelijk welke gevolgen de coronawet heeft voor (de grondrechten van) burgers.

Op dit moment zijn de maatregelen ter bestrijding van het coronavirus, zoals het houden van anderhalve meter afstand, vastgelegd in noodverordeningen. Dit vindt het kabinet een ongewenste situatie. Een noodverordening is normaal gesproken bedoeld als ultieme bevoegdheid voor de burgemeester om de openbare orde te kunnen bewaken voor een korte periode. Zo worden noodverordeningen bijvoorbeeld ingezet om rellen bij een demonstratie of voetbalwedstrijd te voorkomen. Er was dan ook veel kritiek op de noodverordeningen rond het coronavirus. Men vroeg zich af of de grondrechten van burgers langdurig mogen worden ingeperkt op basis van een noodverordening. Ook vonden mensen de regels onduidelijk.

Lees ook: Geen mondkapje in ov? Dan 95 euro boete

Tijdelijke wet maatregelen covid-19

De afgelopen weken heeft het kabinet hard gewerkt aan een spoedwet. Het resultaat daarvan is de Tijdelijke wet maatregelen covid-19, ofwel de coronawet. Veel maatregelen die in de wet zijn vastgelegd, golden ook al in de noodverordeningen, waaronder het houden van anderhalve meter afstand en het voorschrijven van het dragen van beschermingsmiddelen, zoals een mondkapje. Verder staat er in de wet dat het verboden is om op bepaalde openbare plekken te zijn, dat het verboden is een evenement te organiseren, dat het kabinet bepaalde beroepsuitoefeningen mag verbieden en dat de burgemeester kan ingrijpen bij gedragingen of activiteiten in of vanuit een besloten plaats. Het moge duidelijk zijn dat deze maatregelen diep ingrijpen in vrijheden en grondrechten van burgers. De wet is bedoeld als tijdelijke wet. Hoe lang de wet uiteindelijk van kracht zal blijven, zal afhankelijk zijn van het verloop van het coronavirus.

Lees ook: Veel fouten bij uitschrijven coronaboetes

Kritiek

De afgelopen weken was er al volop kritiek op het wetsvoorstel. Ook de Raad voor de rechtspraak maakt zich zorgen. De Raad vindt het belangrijk dat er een wettelijke basis komt voor de maatregelen ter bestrijding van het coronavirus, maar benadrukt dat de wet zorgvuldig moet worden geformuleerd. Het wetsvoorstel kan immers beperkingen van grondrechten opleveren en het is nog onduidelijk hoe lang de mogelijke inbreuk op deze grondrechten gaat duren.

Daarnaast wijst de Raad op de ‘vage normen’ die in de coronawet worden gehanteerd. Doordat veel normen in het wetsvoorstel ruim zijn geformuleerd, is het voor burgers niet helder wat de regels zijn waar ze zich aan moeten houden. Bovendien is het ook voor handhavers en rechters van belang dat bepalingen helder zijn. Tot slot vindt de Raad dat er meer aandacht moet zijn voor kwetsbare groepen. Zij kunnen namelijk extra moeite hebben met het naleven van de wet.

Inmiddels heeft minister De Jonge laten weten dat de coronawet naar verwachting pas in september in zal gaan. Het wetsvoorstel zal volgens hem op belangrijke punten worden aangescherpt en verbeterd.

Lees ook: Invoering coronawet uitgesteld