PostNL diende overuren mee te rekenen in ontslagvergoeding

Op 7 april jl. oordeelde het Gerechtshof Den Haag dat PostNL ook de uren die een werknemer heeft overgewerkt, moest betrekken in de hoogte van de ontslagcompensatie. Deze uitspraak was het vervolg van de uitspraak van de kantonrechter in Rotterdam, die oordeelde dat de werknemer onterecht was ontslagen. PostNL ging in de ontslagcompensatie aanvankelijk uit van de contractuele uren. Het Gerechtshof Den Haag oordeelt dat dit onjuist is. 

Onterecht ontslag

De werknemer was sinds 1997 bij PostNL werkzaam in de functie van Teamleider Sorteren. Hij had een dienstverband van 20 uur per week. Eind 2016 was PostNL als gevolg van werkvermindering en organisatorische wijzigingen genoodzaakt haar bedrijfstak Collectie & Sorteren te reorganiseren. Op 28 juni 2018 kreeg PostNL van het UWV toestemming om de betreffende werknemer te ontslaan.

In oktober 2018 ging de werknemer tegen de ontslagvergunning in beroep. De kantonrechter in Rotterdam oordeelde, onder verwijzing naar de Ontslagregeling, dat de (nieuwe) functie Teamcoach Sorteren uitwisselbaar was met de functie Teamleider Sorteren zodat het afspiegelingsbeginsel toegepast had moeten worden. Zodoende concludeerde de kantonrechter dat PostNL de arbeidsovereenkomst moest herstellen. De werknemer zou zodoende toegelaten moeten worden voor de functie van Teamcoach Sorteren met een arbeidsomvang van 20 uur per week.

Overwerkvergoeding

De vraag die voorlag bij het Gerechtshof Den Haag was voor welk aantal uren PostNL deze werknemer diende te compenseren, de officiële contracturen (in dit geval 20 uur per week) of de daadwerkelijk gewerkte uren (inclusief overwerk). Tussen 2013 en 2017 werkte de werknemer namelijk structureel meer uren dan contractueel was overeengekomen. De werknemer was zodoende van mening dat de kantonrechter een te beperkte toepassing had gegeven aan artikel 7:610b BW.

Het Gerechtshof Den Haag oordeelde dat PostNL ook de uren die ten opzichte van de contractuele uren zijn overgewerkt, dient te compenseren. Hier moet wel een kleine nuance worden aangebracht. De uren die de werknemer in 2017 extra werkte, werden door de rechter niet meegeteld. Het Hof vond het redelijk om vrijwel geheel 2017 vanwege bijzondere omstandigheden (hoog ziekteverzuim, verschuiving van werkzaamheden van Den Haag naar een andere plaats, onderbezetting) buiten beschouwing te laten. De uren die gedurende de andere jaren bovenop de contractuele uren werden gewerkt, moesten volgens de rechter wel worden meegeteld. De omvang van de bedongen arbeid werd uiteindelijk vastgesteld op 24,5 uur.

Het voorgaande betekent dat de werknemer recht zou hebben gehad op loon gebaseerd op 24,5 uur per week vanaf eind februari 2018. PostNL voerde hiertegen nog het verweer dat de werknemer zich destijds niet nadrukkelijk beschikbaar heeft gehouden voor het verrichten van de bedongen arbeid of enige andere arbeid en daarom geen recht zou hebben op het achterstallige loon. Het Hof schuift dit verweer terzijde. Volgens het Hof bestaat er geen enkele grond voor de veronderstelling dat de werknemer niet bereid zou zijn geweest de functie van Teamcoach Sorteren te vervullen indien PostNL de werknemer in deze functie had herplaatst.

Concluderend is PostNL gehouden het, naar aanleiding van de beslissing van de kantonrechter, eerder betaalde achterstallige loon aan te vullen tot 24,5 uur per week.