Overheid draait vaak op voor schadevergoedingen

Afgelopen maand werd Jawed S. veroordeeld tot een gevangenisstraf van 27 jaar nadat hij vorig jaar twee Amerikaanse toeristen neerstak op station Amsterdam Centraal. Eén van de slachtoffers liep een dwarslaesie op, raakte arbeidsongeschikt en zal voor de rest van zijn leven in een rolstoel zitten. Naast de gevangenisstraf, kende de strafrechter een bedrag van 3 miljoen euro aan schadevergoeding toe. De vraag is of het ook maar enigszins realistisch is om ervan uit te gaan dat een verdachte zo’n groot bedrag aan schadevergoeding kan ophoesten.

In het geval dat het vonnis in de zaak van Jawed S. standhoudt in hoger beroep, zal de overheid het flinke bedrag aan schadevergoeding voorschieten. Dit om het slachtoffer alvast tegemoet te komen. Hierna zal een poging worden gedaan om het bedrag te verhalen op de verdachte. De kans dat dit lukt is klein tot nihil. Dit blijkt uit het feit dat de Nederlandse staat sinds 2011 55 miljoen euro aan schadevergoedingen uitbetaalde aan slachtoffers van (onder meer) gewelds-en zedenmisdrijven. Hiervan is tot op heden bijna 30 miljoen nog niet terugbetaald.

Al ruim drie jaar stijgen de gevallen waarin de overheid schadevergoedingen voorschiet. Zo werden er in 2018 meer dan 3.700 uitkeringen gedaan die samen goed waren voor een bedrag van 7,2 miljoen euro. Van dit bedrag moet nog 5,6 miljoen euro teruggevorderd worden bij veroordeelden. In 2019 is tot nu toe bijna anderhalf miljoen euro uitgekeerd en daarvan staat nog een bedrag van zo’n honderdnegentigduizend euro open.

Voordat de regeling in werking trad, moesten nabestaanden en slachtoffers door lange procedures heen om schadevergoedingen daadwerkelijk geïncasseerd te krijgen. De voorschotregeling biedt sinds 2011 al een oplossing om slachtoffers niet afhankelijk te laten zijn van de veroordeelde en zijn mogelijke (on)vermogen om gelijk een schadevergoeding over te dragen. In de praktijk werkt de regeling zo dat als de veroordeelde nog niet betaald heeft, 8 maanden nadat de uitspraak definitief is geworden, de regeling wordt ingezet. Hierna gaat het CJIB (Centraal Justitieel Incasso Bureau) achter de incasso aan bij de veroordeelde.

De afgelopen zomer bleek uit een concept wetsvoorstel dat het ministerie van Justitie en Veiligheid misschien wel op korte termijn een einde wil maken aan de voorschietregeling. Het ministerie liet kort geleden echter weten dat het wetsvoorstel juist voorziet in het versterken van de positie van de slachtoffers en dat de voorschotregeling niet zal verdwijnen.