OM trekt hoger beroep in witwaszaak in

Het Openbaar Ministerie (OM) treft een onderlinge regeling in een zeer omvangrijke witwaszaak. Nadat de rechtbank de verdachten vrijsprak, gingen zowel het OM als de verdachten in hoger beroep. Later besloot het OM het hoger beroep in te trekken wegens de lange looptijd van de zaak en de hoge leeftijd van betrokkenen.

Een 87-jarige ondernemer uit Eindhoven sluisde met behulp van zijn schoonzoon, die in de raad van bestuur van een prominent accountancykantoor en in het bestuur van de orde van belastingadviseurs zat, ruim zes miljoen euro weg. Nadat de ondernemer zijn goedlopende verfbedrijf voor miljoenen had verkocht, zocht hij naar een manier dit geld te schenken aan zijn zoon en dochter zonder te veel belasting te betalen. Zijn schoonzoon hielp hem vervolgens om het geld vast te zetten in een speciaal soort stichting op de Antillen. Deze stichting werd nooit opgegeven bij de belastingdienst. Na een zesjarig onderzoek van de Fiscale inlichtingen- en opsporingsdienst (FIOD) deed de rechter in 2016 uitspraak.

De verdachten werden beschuldigd van valsheid in geschrifte en witwassen. Het OM eiste dertig maanden cel voor de schoonzoon en respectievelijk twintig en vijftien maanden voor de kinderen van de ondernemer. Ook vond het OM dat het weggesluisde geld, inmiddels tien miljoen euro, ontnomen moest worden omdat het door het witwassen crimineel zou zijn geworden.

Crimineel geld

Volgens de rechtbank kon het geld niet worden ontnomen, omdat het door de belastingontduiking niet crimineel was geworden. Door de constructie met de stichting was het geld weliswaar onzichtbaar gemaakt, maar het geld was niet met criminele activiteiten verdiend. De rechtbank legde derhalve geen celstraf op, enkel werkstraffen wegens de belastingontduiking. Ook werd het geld niet afgenomen. Wel kreeg de schoonzoon gezien zijn positie een boete van tienduizend euro.

Hoger beroep

Zowel het OM als verdachten gingen tegen de uitspraak in beroep. Het kwam tot een zitting bij het gerechtshof. Deze verklaarde de beroepen echter ongegrond omdat zowel het OM als verdachten het beroep hadden ingetrokken. Dit gebeurde alleen feitelijk iets te laat. Er is een onderlinge regeling getroffen gezien de hoge leeftijd van de betrokkenen (tussen de 53 en 87 jaar) en de lange looptijd van de zaak (twaalf jaar).