OM legt ten onrechte strafbeschikkingen op

Op basis van gegevens die het NRC heeft opgevraagd bij het Openbaar Ministerie meldde de krant enkele dagen geleden dat duizenden mensen de afgelopen jaren ten onrechte zijn bestraft. Bij zes procent van de strafbeschikkingen is de schuld niet op de juiste manier vastgesteld. Het ontbrak aan bewijs, dossiers bleken incompleet of er werd straf opgelegd voor het verkeerde feit.

Het Openbaar Ministerie (OM) heeft de mogelijkheid om bij bepaalde veel voorkomende strafbare feiten zelf een straf op te leggen. De officier van justitie (OvJ) kan een strafbeschikking opleggen voor overtredingen en misdrijven waar maximaal zes jaar gevangenisstraf op staat. Dit zijn onder meer eenvoudige mishandeling, winkeldiefstal, openbaar dronkenschap, vandalisme, bedelen en bedreiging. Het OM kan geen gevangenisstraf opleggen, deze mogelijkhed heeft alleen de strafrechter. De strafbeschikking kan een geldboete inhouden of een taakstraf (met een maximum van 180 uur). Verder kan het OM maximaal zes maanden de bevoegdheid tot het besturen van motorvoertuigen ontzeggen, inbeslaggenomen goederen verbeurdverklaren of iemand opleggen een schadevergoeding te betalen aan een slachtoffer. Degene die een strafbeschikking heeft ontvangen, kan hiertegen in verzet gaan.

Het NRC schrijft dat dit systeem de toets der kritiek niet kan doorstaan. Bewijs ontbreekt, dossiers blijken onvolledig te zijn of verkeerde feiten worden vastgelegd. Een zeer problematisch gevolg is dat de betalers van de ‘beschikkingen’ vaak niet beseffen dat ze door niet in verzet te gaan de schuld erkennen en een aantekening op het strafblad oplopen.

Het is mogelijk om binnen twee weken in verzet te gaan, daarna zijn de straf en het eventuele strafblad onherroepelijk. Van de zaken waarbij verzet is aangetekend, laat het OM zelf een op de vijf vallen. Indien na verzet een strafrechter zich over de zaak buigt, volgt deze maar in een derde van het aantal zaken de straf die het OM aanvankelijk had opgelegd. In de overige gevallen volgt geen straf door vrijspraak, niet-ontvankelijkheid of schuld zonder straf, of in ieder geval een lagere straf dan in de strafbeschikking stond opgenomen.

In een reactie erkent het OM dat er zo nu en dan zaken niet goed verlopen. Er is echter geen sprake van ‘representatieve, recente en objectief vastgestelde patronen’. Daarnaast wijst het OM erop dat in 2016 nog vijftien procent van de strafbeschikkingen werd opgelegd zonder voldoende bewijs. In die zin is dus sprake van een ‘verbetering’.