Nóg ruimere vrije advocaatkeuze voor rechtsbijstandsverzekerden?

Op 14 mei jl. deed het Europese Hof van Justitie (hierna: het Europese Hof) een nieuwe uitspraak op het gebied van de vrijheid in advocaatkeuze voor rechtsbijstandsverzekerden. In 2013 werd al duidelijk dat de vrije keuze ook gold als er geen sprake was van verplichte procesvertegenwoordiging. In 2016 werd bepaald dat ook bij procedures bij het UWV of in de bezwaarfase bij een bestuursorgaan een vrije advocaatkeuze geldt. In deze nieuwe uitspraak gaat het Europese Hof nog een stapje verder…

Voordat de meest recente uitspraak van het Europese Hof met betrekking tot de vrije advocaatkeuze wordt besproken, is het tevens van belang de eerdere uitspraken ten aanzien hiervan de revue te laten passeren.

SNELLER/DAS (2013)
In 2013 heeft het Europese Hof bepaald dat verzekerden met een rechtsbijstandsverzekering het recht hebben zelf een advocaat te kiezen, ook wanneer voor de betreffende procedure geen verplichting procesvertegenwoordiging geldt. Een voorbeeld van een dergelijke zaak is een arbeidszaak bij de sector kanton.

MASSAR/DAS (2016)
In deze zaak bij het Europese Hof in 2016 werd geoordeeld dat met het begrip ‘administratieve procedure’ mede wordt bedoeld de fase van bezwaar bij een bestuursorgaan waarin dat orgaan een voor beroep in rechte vatbaar besluit geeft. Dit betekent concreet dat als je verweer wilt voeren tegen een ontslagvergunning bij het UWV of bezwaar wilt maken bij een bestuursorgaan, je zelf een advocaat mag kiezen.

Orde van Vlaamse Balies/Ministerraad (2020)
De bepaling waarom het gaat staat in het Nederlands rechtssysteem beschreven in de Wet op het financieel toezicht. Deze is gebaseerd op een Europese richtlijn. Het gaat om de volgende bepaling:

“Een rechtsbijstandverzekeraar draagt er zorg voor dat in de overeenkomst inzake de rechtsbijstanddekking uitdrukkelijk wordt bepaald dat het de verzekerde vrij staat een advocaat of een andere rechtens bevoegde deskundige te kiezen:

  1. om zijn belangen in een gerechtelijke of administratieve procedure te verdedigen, te vertegenwoordigen of te behartigen; of
  2. indien zich een belangenconflict voordoet.”

De prejudiciële vragen die door het Grondwettelijk Hof van België zijn gesteld, zien op het begrip ‘gerechtelijke procedure’. België wilde van het Europese Hof weten of zowel de buitengerechtelijke als de gerechtelijke bemiddelingsprocedure onder het begrip ‘gerechtelijke procedure’ valt.

Volgens het Europese Hof moet niet enkel rekening worden gehouden met de bewoordingen van de bepaling maar ook met de context en doelstelling van de regeling waarvan zij deel uitmaakt. Dit betekent dat het voormelde begrip zodanig moet worden uitgelegd dat elke fase die kan leiden tot een procedure bij een rechterlijke instantie, zelfs een voorafgaande fase, moet worden geacht onder het begrip ‘gerechtelijke procedure’ te vallen.

Het Verbond van Verzekeraars
Het Verbond van Verzekeraars stelt echter, in een schriftelijke reactie, dat de uitspraak tussen de Orde van Vlaamse Balies en de Ministerraad (2020) niet van toepassing is op Nederlandse rechtsbijstandsverzekeringen omdat de regels weliswaar ruimer wordt uitgelegd maar uiteindelijk een verschil bestaat tussen het Belgische en het Nederlandse rechtssysteem. Volgens hen zou in Nederland geen sprake zijn van een wettelijk geregelde en met waarborgen omklede bemiddelingsprocedure. In België is dat wel het geval. In bepaalde gevallen kent de wet daar een verplichte bemiddelingsprocedure voordat het geschil wordt aangedragen bij een rechter. Dit is bijvoorbeeld het geval bij sommige arbeidsrechtelijke kwesties.