Nederlands wetsvoorstel ontoereikend voor bescherming tegen verkrachting

De huidige wetgeving schiet tekort wat betreft de bescherming van slachtoffers van seksuele misdrijven: de lat voor strafbaarstelling ligt hoog. Het ministerie kwam derhalve met het wetsvoorstel Wet seksuele misdrijven. Volgens Amnesty International voldoet het nieuwe voorstel echter nog niet. 

Door Bibi Santpoort

Volgens minister Grapperhaus schiet de Nederlandse wet op het moment tekort wat betreft de strafbaarstelling van seksuele misdrijven. Het nieuwe wetsvoorstel Wet seksuele misdrijven moet de strafbaarstelling van zedendelicten aanpassen in het Wetboek van Strafrecht.

Volgens jurisprudentieonderzoek van Amnesty International is vooral dwang een lastig te bewijzen aspect. Rechters moeten beoordelen of een slachtoffer van verkrachting zich verzet heeft of dat er geweld is gebruikt. Dit is echter lastig aan te tonen: niet elk slachtoffer verzet zich, terwijl er wel sprake is van onvrijwillige seks. Verkrachting is in dit soort gevallen dan niet bewezen.

Het nieuwe voorstel moet dan ook bescherming bieden in situaties waarin geen sprake is van geweld maar wel van onvrijwillige seks. Er moet aangifte van verkrachting kunnen worden gedaan op basis van ‘seks tegen de wil’. Dit wordt volgens het nieuwe voorstel een nieuw delict in het Wetboek van Strafrecht.

Kritiek van Amnesty International

Volgens Amnesty schiet het voorstel echter tekort. De introductie van ‘seks tegen de wil’ als nieuw delict geeft een ‘tweedeling’ en ‘hiërarchie’ van de verschillende misdrijven. Zo liggen de straffen van het delict ‘seks tegen de wil’ lager dan bij verkrachting. Verder blijft de focus volgens Amnesty liggen op het gedrag van het slachtoffer en niet op het gedrag van de dader. Zo zijn er situaties te bedenken waarin het slachtoffer niet goed kan aangeven of de seks gewild is, bijvoorbeeld onder invloed van drugs of alcohol. Tot slot kan het woordgebruik van de delicten schadelijk zijn voor de persoonlijke verwerking van de slachtoffers.