Nederland moet maatregelen nemen om realistische mogelijkheden tot rehabilitatie te waarborgen

Drie verschillende mensenrechtenorganisatie hebben het initiatief genomen om de Raad van Europa te adviseren over de uitvoering van de uitspraak Murray t. het Koninkrijk der Nederlanden. Dit, vanwege het feit dat herziening in strafzaken niet mogelijk is als er geen realistische mogelijkheden zijn tot rehabilitatie. Dit leidt ertoe dat het in de praktijk vrijwel onmogelijk blijkt om de gevangenisstraf te verkorten, zo stellen de mensenrechtenorganisaties.

Ruim drie jaar geleden oordeelde het EHRM dat Nederland het verbod op onmenselijke of vernederende behandelingen in de zin van artikel 3 EVRM geschonden had in een strafzaak met betrekking tot de heer Murray. Murray werd in 1980 veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf en gedurende zijn gevangenisstraf werd hem geen behandeling aangeboden voor de geestelijke stoornis die hij had. Dit leidde ertoe dat hij geen enkel uitzicht op invrijheidsstelling had, ondanks dat er verschillende gratieverzoeken werden ingediend.

Het comité van Ministers (onderdeel van de Raad van Europa) houdt zich bezig met het bewaken van de maatregelen die lidstaten nemen om uitspraken uit te voeren. Door middel van twee brieven van het comité zijn zorgen geuit over de gebrekkige vooruitgang die Nederland heeft geboekt om in de praktijk de Murray-uitspraak te implementeren. De grootste zorg is dat het Nederlandse strafrecht te weinig rehabilitatiemogelijkheden zou bieden voor verdachten die een gevangenisstraf uitzitten. De mogelijkheden die er zijn worden pas na vijventwintig jaar geboden en dit betekent dat er geen echte kansen zouden zijn voor gevangenen om eerder vrij te komen.

Naar aanleiding van het bovenstaande heeft de Nederlandse overheid de opdracht gekregen om met hervormingen te komen met betrekking tot herziening in strafzaken. Zo zouden er rehabilitatiemaatregelen moeten worden gehanteerd vanaf het begin van een gevangenisstraf. Ook dient Nederland monitoringsprocedures in te voeren om te voldoen aan het naleven van de specifieke hervormingen.