Motorclub Caloh Wagoh verboden en ontbonden door rechtbank

Het verzoek van het Openbaar Ministerie om de motorclub Caloh Wagoh verboden te verklaren en te ontbinden, is door de Rechtbank Midden-Nederland toegewezen. De rechtbank oordeelt dat de activiteiten van de motorclub een ernstig gevaar voor de samenleving vormen en in strijd zijn met de openbare orde.

Criminele activiteiten

Caloh Wagoh is een motorclub die in 2016 is opgericht als (informele) vereniging. Volgens het Openbaar Ministerie (OM) maakt de motorclub zich schuldig aan activiteiten die in strijd zouden zijn met de openbare orde. Het zou gaan om ernstige strafbare feiten. Uit onder andere chats die zijn aangetroffen op de harde schrijf van één van de bestuursleden van de motorclub blijkt dat hij door twee personen is gevraagd iemand te liquideren. Voor de uitvoering van de liquidatie gaf het bestuurslid vervolgens drie andere leden van de motorclub daartoe de opdracht. Daarnaast zouden de overige leden van de motorclub een faciliterende rol hebben vervuld. Zo werd bijvoorbeeld een loods als bergplaats gebruikt voor vluchtauto’s en vuurwapens. Eerdere strafrechtelijk en bestuursrechtelijk optreden tegen Caloh Wagoh en haar leden blijken onvoldoende te zijn geweest om de criminele activiteiten van de motorclub te beëindigen. Momenteel staan ook meerdere leden van Caloh Wagoh terecht in het Eris-onderzoek. Zij worden verdachte van onder meer liquidaties en pogingen daartoe.

Verzoek tot verbodenverklaring en ontbinding

Het OM vindt het noodzakelijk dat Caloh Wagoh als vereniging wordt ontbonden. In artikel 2:20 BW is bepaald dat een rechtspersoon (waaronder een informele vereniging) waarvan de werkzaamheid in strijd is met de openbare orde op verzoek van het OM door de rechtbank verboden wordt verklaard en wordt ontbonden. Het OM heeft een dergelijk verzoek ingediend bij de Rechtbank Midden-Nederland.

Oordeel rechtbank

De rechtbank stelt vast dat de vrijheid van vereniging een grondrecht is die is gewaarborgd in artikel 8 Grondwet en artikel 11 EVRM. Een verbod van een rechtspersoon op grond van artikel 2:20 BW is een ernstige inbreuk op het grondrecht, waaraan slechts in het uiterste geval mag worden toegekomen. Volgens artikel 11 lid 2 EVRM kan de uitoefening van het recht van vereniging worden beperkt, mits dit bij de wet is voorzien en in een democratische samenleving noodzakelijk is in het belang van de nationale veiligheid, de openbare veiligheid, het voorkomen van wanordelijkheden en strafbare feiten, voor de bescherming van de gezondheid of de goede zeden of de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen. Naar het oordeel van de rechtbank is de werkzaamheid van Caloh Wagoh in strijd met de openbare orde. Die werkzaamheid bestaat uit gedragingen van Caloh Wagoh zelf en uit gedragingen die voortkomen uit de geweldscultuur van de motorclub. De motorclub vormt een ernstige aantasting van ons rechtsstelsel en kan de samenleving ontwrichten. Dit maakt dat een verbod een noodzakelijke maatregel is. De verbodenverklaring en de ontbinding van Caloh Wagoh wordt niet uitvoerbaar bij voorraad verklaard zoals door het OM is verzocht. De rechtbank geeft Caloh Wagoh nog de mogelijkheid om in hoger beroep te gaan. Zodra het verbod onherroepelijk is, zal de motorclub definitief worden verboden.