Minimumloon in de Europese Unie? Enthousiasme ontbreekt

Eind oktober presenteerde de Europese Commissie een wetsvoorstel met betrekking tot een minimumloon in heel Europa. De hoogte van het minimumloon mogen de lidstaten zelf bepalen. Wordt er enthousiast gereageerd op deze plannen? Nee. Onder andere D66, VVD en het CDA zijn niet enthousiast over deze plannen en vinden dat landen zelf moeten bepalen hoe ze hun sociale zekerheid inrichten. De belangrijkste onderdelen uit het wetsvoorstel worden hier besproken. 

In 21 lidstaten geldt op dit moment een wettelijk minimumloon. In zes lidstaten (Denemarken, Italië, Cyprus, Oostenrijk, Finland en Zweden) is sprake van bescherming door een minimumloon uitsluitend op basis van collectieve overeenkomsten. Dit lijkt veel, maar in de meeste lidstaten kampen werknemers met ontoereikende minimumlonen of lacunes in de dekkingsgraad van bescherming door een minimumloon.

Wat staat er in het wetsvoorstel?

De Europese Commissie heeft een EU-richtlijn voorgesteld om ervoor te zorgen dat werknemers in de Europese Unie worden beschermd door toereikende minimumlonen vast te stellen die zorgen voor een waardig bestaan, ongeacht waar zij werken.  Uiteindelijk zal dit niet alleen een positief sociaal effect opleveren maar ook een economisch voordeel: de loonongelijkheid wordt verminderd, waardoor de binnenlandse vraag wordt ondersteund en er meer prikkels zijn om te werken.

Ook helpt het minimumloon tegen de loonkloof tussen mannen en vrouwen. Daarom helpt het wetsvoorstel werkgevers om werknemers fatsoenlijke lonen te betalen, en de werknemers zodoende te beschermen door eerlijke concurrentie te waarborgen.

Het wetsvoorstel van de Europese Commissie is in overeenstemming met het subsidiariteitsbeginsel, doordat het voorziet in een kader voor minimumnormen. Hierdoor blijven de bevoegdheden van de lidstaten geëerbiedigd en is nog steeds sprake van autonomie van de lidstaten. Ook biedt het kader nog steeds contractuele vrijheid op het gebied van de sociale partners.

Het voorstel van de Europese Commissie bevat samenvattend vijf belangrijke punten:

1. Bevorderen collectieve onderhandelingen

Omdat landen met een hoge dekkingsgraad van collectieve onderhandelingen doorgaans een lager aandeel laagbetaalde werknemers hebben, is het voorstel gericht op het bevorderen van collectieve loononderhandelingen in alle lidstaten.

2. Duidelijke criteria voor vaststelling en beoordeling minimumlonen

Lidstaten met een wettelijk minimumloon moeten de nodige maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat de vaststelling en actualisering van het wettelijk minimumloon wordt bepaald door criteria die zijn vastgesteld om toereikendheid te bevorderen met oog op fatsoenlijke werk- en leefomstandigheden, sociale cohesie en met als doel om burgers meer naar elkaar toe te laten groeien.

3. Betrokkenheid sociale partners

In het wetsvoorstel wordt voorgesteld om de loononderhandelingen tussen de sociale partners aan te moedigen. Als de dekking van de collectieve onderhandelingen lager is dan 70%, dan zullen de lidstaten ook moeten voorzien in een kader van randvoorwaarden voor collectieve onderhandelingen, bij wet of via een overeenkomst met sociale partners. Ook moet in dat geval een actieplan worden opgesteld om collectieve onderhandelingen te bevorderen.

4. Minder gebruik van variaties en inhoudingen

Het wetsvoorstel beoogt daarnaast de toereikendheid te verbeteren door het gebruik van variaties in het wettelijk minimumloon voor specifieke groepen en inhoudingen op de beloningen te beperken.

5. Jaarlijkse rapportage door lidstaten

Tot slot moeten de lidstaten jaarlijks rapporteren aan de Europese Commissie waaruit blijkt welke maatregelen er zijn genomen, hoe de sociale dialoog is verlopen en wat de ontwikkeling is van het minimumloon. Ook effectieve monitoring en het verzamelen van data zijn de sleutel om uiteindelijk het doel van het wetsvoorstel te kunnen bereiken.

Wat levert het wetsvoorstel uiteindelijk (nog meer) op?

Tussen de tien en twintig miljoen werknemers zullen uiteindelijk meer gaan verdienen. Ook zullen in verschillende landen de verbeteringen in de bescherming van het minimumloon leiden tot een vermindering van de armoede onder werkenden. Daarnaast zal de loonongelijkheid met tien procent afnemen en de loonkloof tussen mannen en vrouwen met ongeveer vijf procent.

Het wetsvoorstel ligt er. Wat nu?

Het Europees Parlement en de Raad van Ministers moeten zich nog buigen over het wetsvoorstel. Daarnaast moeten de maatregelen ook nog door de parlementen van de verschillende landen worden goedgekeurd.