Minder spijbelende scholieren voor de rechter

Het aantal jongeren dat verdacht wordt van spijbelen, en als gevolg daarvan bij de rechter moet verschijnen, is gedaald. Dat blijkt uit een rapport van de Raad voor de rechtspraak. Vorig jaar deed de rechter nog in bijna 3.200 zaken uitspraak terwijl dit in 2016 nog meer dan 3.300 zaken waren en het jaar daarvoor zelfs bijna 3.600.

Volgens Jeugdrechter Susanne Tempel is dit een logisch gevolg van de nieuwe aanpak die wordt gehanteerd. De aandacht gaat hierbij eerder naar de onderliggende problematiek. Deze aanpak heeft ook volgensĀ de voorzitter van Ingrado, de Landelijke vereniging van leerplichtambtenaren, de voorkeur. Een strafzaak opleggen is lang niet altijd de oplossing.

Jongeren tussen de vijf en achttien jaar moeten verplicht onderwijs volgen behoudens uitzondering voor geoorloofd ziekteverzuim. Voorbeelden zijn langdurige ziekte, schorsing en/of – religieuze – feestdagen. Om in aanmerking te komen moeten jongeren en hun verzorgers aan een aantal voorwaarden voldoen. Wordt aan deze voorwaarden niet voldaan, dan zijn leerlingen vanaf 12 jaar strafbaar. Scholen en instellingen zijn verplicht het ongeoorloofde verzuim te melden bij leerplicht via het verzuimloket van Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO).

De leerplichtambtenaar kan er vervolgens voor kiezen om een proces-verbaal op te maken wanneer zijn aanwijzingen niet worden opgevolgd. Het Openbaar Ministerie besluit vervolgens of de zaak ook voor de rechter moet komen. De Raad voor de Kinderbescherming zal dan aanwezig zijn bij de zitting en een strafadvies geven. Een langdurige en vervelende procedure welke de afgelopen jaren gestaag afneemt terwijl er steeds meer scholieren zijn.