Max Verstappen heeft toch geen recht op schadevergoeding van Picnic

In 2016 ging een filmpje van online supermarkt Picnic op Facebook waarbij een Verstappen-lookalike in een Picnic-wagentje door de straat scheurt viraal. Dat leek voor Picnic een duur grapje te worden, nadat de rechtbank Amsterdam Picnic ertoe veroordeelde aan Max Verstappen 150.000 euro schadevergoeding te betalen wegens het schenden van zijn portretrecht. Het gerechtshof heeft nu echter besloten dat Verstappen toch geen recht heeft op schadevergoeding. 

In 2016 kwam online supermarkt Picnic in het nieuws met een filmpje waarin een lookalike van autocoureur Max Verstappen te zien was, die langs een vrachtwagen van Jumbo loopt en verder door de straten van Amersfoort scheurt in een milieuvriendelijk wagentje van concurrent Picnic.

Het filmpje leek daarmee in te haken op de reclame van Jumbo die de echte Max Verstappen in de hoofdrol heeft. Een uit de hand gelopen grap, zo stelt Picnic-eigenaar Michiel Muller. Max Verstappen en zijn management zagen de lol er echter niet van in. Verstappen stapte naar de rechter en eiste 350.000 schadevergoeding, omdat Picnic volgens hem zijn portretrecht had geschonden (artikel 21 Auteurswet). De rechtbank Amsterdam oordeelde in 2018 dat Picnic 150.000 euro schadevergoeding moest betalen.

Parodie

Beide partijen gingen tegen de uitspraak van de rechtbank in hoger beroep. Picnic vond niet dat zij het portretrecht van Verstappen had geschonden, en Verstappen vond de schadevergoeding te laag. Uiteindelijk heeft het gerechtshof de zaak nu in het voordeel van Picnic beslist.

Volgens het hof kan het optreden van de lookalike in het filmpje van Picnic niet als een portret van Verstappen in de zin van artikel 21 Auteurswet worden aangemerkt. Voor de aanschouwer is duidelijk dat het niet om Verstappen zelf gaat, maar om een persiflage van zijn optredens in reclames van Jumbo. Het gezicht of lichaam van Verstappen zelf wordt niet getoond. Het hof oordeelt dat de bescherming van het portretrecht zich niet uitstrekt tot parodieën, waarvan duidelijk is dat het om een lookalike gaat en niet om de persoon zelf.

Verder is het hof van oordeel dat Picnic niet onrechtmatig gehandeld heeft. Het filmpje tast niet de eer en goede naam van Verstappen aan en ook zijn zakelijke belangen worden door de parodie niet geschaad. Picnic hoeft dan ook geen schadevergoeding aan Verstappen te betalen.