Mag de politie straks snuffelen in commerciële DNA-databanken?

De minister van Justitie en Veiligheid, Grapperhaus, wil laten onderzoeken of commerciële DNA-databanken kunnen worden gebruikt voor het oplossen van cold cases en het identificeren van onbekende doden. Deze databanken zijn er nu vooral voor familieleden die elkaar uit het oog zijn verloren of voor burgers die meer willen weten over hun afkomst.

Minister Grapperhaus noemt de inzet van commerciële DNA-databanken in een brief aan de Tweede Kamer een interessante methode. De minister vraagt zich in dezelfde brief wel af in hoeverre deze opsporingsmethode gebruikt kan worden in het Nederlandse strafprocesrecht. Hij laat verder weten dat het gebruik van commerciële DNA-databanken impact heeft op de privacy en dat hier zorgvuldig mee moet worden omgegaan.

De commerciële DNA-databanken komen aan het DNA doordat burgers wattenstaafjes met speeksel opsturen. Hiermee kan worden nagegaan waar je vandaan komt en het speeksel kan worden vergeleken met ander DNA in de databank.

In de Verenigde Staten leidde de opsporingsmethode via de databanken tot het oplossen van zo’n zeventig moordzaken, die eerder niet opgelost konden worden. Zo spoorde de Amerikaanse politie een verdachte op via het DNA van een ver familielid. De verdachte zou over een periode van dertig jaar dertien moorden hebben gepleegd en vijftig vrouwen hebben verkracht.

Cold cases

De minister ziet met het plan mogelijkheden om het aantal onbekende doden  in Nederland terug te brengen. Later kan de opsporingsmethode eventueel gebruikt worden om cold cases op te lossen. Momenteel telt de politie zo’n 1.700 onopgeloste moordzaken en zijn er 900 onbekende doden.

Cold case-teams in Rotterdam en Amsterdam waren al langer geïnteresseerd in de commerciële DNA-databanken. Vorig jaar wilden deze teams een Amerikaanse databank gebruiken om de identiteit van onbekende doden, die geen slachtoffer zijn geweest van een misdrijf, te achterhalen. De privacy was toen ook al een probleem.

Huidige wetgeving

Het is de vraag of de Nederlandse wetgeving het toelaat dat de politie gebruikmaakt van DNA-gegevens. Anders moet er voor de verwezenlijking van het plan een en ander worden gewijzigd in het Nederlandse strafprocesrecht.

Advocaat-generaal Aben, die in 2019 de opsporingsmethode via DNA-databanken ook al onder de aandacht bracht, zag mogelijke problemen voor de privacy. Toch is het volgens Aben wel mogelijk dat DNA-gegevens afkomstig uit de commerciële databanken, worden gebruikt als bewijs, ook al is dit bewijs onrechtmatig verkregen. De Hoge Raad legt onrechtmatig verkregen bewijs namelijk niet zonder meer naast zich neer.

Of de nieuwe opsporingsmethode via de DNA-databanken voet aan de grond krijgt in Nederland, is nog niet duidelijk. De minister laat eerst het Nederlandse strafprocesrecht en de privacy-aspecten onderzoeken.