Maatregelen tegen Amsterdams wapengeweld

Rechters in Amsterdam straffen wapenbezit en –geweld zwaarder af dan hun collega’s in de rest van Nederland. Een woordvoerder van de rechtbank heeft dit bevestigd. De rechters proberen hiermee een signaal af te geven in verband met de vele wapendelicten in Amsterdam. Ook de Amsterdamse driehoek (burgemeester, politie en justitie) komt met aanvullende maatregelen.

Wapengeweld
Al een poos wordt Amsterdam geteisterd door wapengeweld. Zo vonden er in de eerste week van augustus vijf schietincidenten plaats in slechts vier dagen, waaronder één met een dodelijke afloop. Daarnaast werd in de hoofdstad een handgranaat gevonden.

De driehoek heeft laten weten direct in actie te komen als reactie op het wapengeweld. Burgemeester Halsema, de hoofdcommissaris van de politie en de hoofdofficier van justitie willen op korte en lange termijn nieuwe maatregelen invoeren die het geweld tegen moeten gaan. Hoe deze maatregelen eruit komen te zien is nog niet bekend.

Rechters straffen zwaarder
Naast de driehoek zullen dus ook rechters maatregelen nemen tegen het wapengeweld. Amsterdamse rechters gaan zwaardere straffen uitdelen voor wapengeweld en het in bezit hebben van een wapen. Een woordvoerder van de rechtbank liet in het AD weten dat rechters gebonden zijn aan de wettelijke maxima, maar binnen die maxima zelf mogen beoordelen welke straf passend is. Straffen voor wapenbezit en -geweld kunnen maar liefst vier keer hoger uitvallen in Amsterdam dan vergelijkbare zaken elders in het land.

De maatregelen van de rechters worden al toegepast. Een 33-jarige Amsterdammer is veroordeeld tot een celstraf van 15 maanden voor wapenbezit, 12 maanden voor het pistool en 3 maanden extra omdat het pistool geladen was. Doorgaans levert een vergelijkbaar delict in andere rechtbanken maximaal 4 tot 5 maanden cel op.

Kunnen rechters dit zomaar beslissen?
Een interessante vraag is of rechters zelf mogen beslissen om hogere straffen uit te gaan delen. Woordvoerder van de Raad voor de Rechtspraak, Sonja van der Graaf, beantwoordt deze vraag bevestigend en wijst daarbij op de scheiding der machten en de onafhankelijkheid van de rechters. Omdat rechters onafhankelijk zijn, mogen zij zelf beslissen over de strafmaat, zolang zij zich maar houden aan de minimale en maximale strafhoogte. De maximale strafhoogte wordt voorgeschreven door het betreffende wetsartikel.

De maximumstraf, richtlijnen van het Openbaar Ministerie en zogenoemde oriëntatiepunten voor straftoemeting bepalen daarbij mede de strafmaat. Deze oriëntatiepunten worden gehanteerd als uitgangspunten en laten de straffen zien die rechters doorgaans voor dat feit opleggen. Omdat het hier uitgangspunten betreft, mag een lokale rechtbank afwijken van de oriëntatiepunten bij een specifieke zaak.

Het verschil in de strafmaat kan het gevoel van rechtsongelijkheid oproepen. Het is aan de vier Nederlandse gerechtshoven om deze ongelijkheid recht te trekken, volgens Henny Sackers, hoogleraar bestuurssanctierecht aan de Radbout Universiteit Nijmegen. Volgens Sackers is het aan de Hoge Raad om de nationale eenheid vervolgens te bewaren.