Inbreukprocedure tegen pulsvissen in Nederland

De Europese Commissie (EC) wil een inbreukprocedure starten tegen Nederland vanwege het overtreden van regels rond pulsvissen. Pulsvissen is een methode waarbij met elektriciteit vissen uit de zeebodem worden gelokt. Dit leidt tot een grotere visvangst en minder brandstofverbruik. De aanleiding om deze inbreukprocedure te starten is omdat een grote meerderheid van de pulsvisvergunningen in Nederland illegaal zou zijn afgegeven.

Op grond van artikel 258 Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie (VWEU) kan de EC een inbreukprocedure starten tegen een EU-lidstaat als deze lidstaat Europese regelgeving niet heeft ingevoerd of eigen regels heeft die in strijd zijn met Europese regels. Door middel van deze inbreukprocedure kan een lidstaat worden verplicht Europese regelgeving alsnog goed en volledig toe te passen. Het is bij zo’n procedure de bedoeling dat de EC ten eerste een advies stuurt naar de betreffende lidstaat, waarin wordt uitgelegd op welke manier de lidstaat haar Europese verplichtingen omtrent Europese regels niet nakomt. Wanneer de lidstaat, na raadpleging van het advies van de EC, geen actie onderneemt om alsnog aan haar Europese verplichtingen te voldoen, dan zal de EC een rechtszaak aanspannen bij het Europese Hof van Justitie.

De bovenstaande inbreukprocedure van artikel 258 VWEU kan grote gevolgen hebben voor Nederlandse vissers. Vaak wordt namelijk gevraagd aan de Nederlandse vissers om hun beleid omtrent het pulsvissen aan te passen. In dit geval kan dat dus leiden tot het intrekken van de vergunning voor pulsvissen. Des te meer heeft dit grote gevolgen voor de Nederlandse vissers, vanwege het feit dat ambtenaren van de EC voorheen altijd hebben ingestemd met het toekennen van de pulsvisvergunningen. Het recht van de Nederlandse vissers om te mogen pulsvissen zal dan namelijk worden ontnomen, terwijl ze daar voorheen een rechtmatige vergunning voor hadden gekregen. Derhalve zal de geplande inbreukprocedure de rechtszekerheid van Nederlandse vissers omtrent hun rechtmatige verkregen rechten, niet ten goede komen.

Wanneer de bovenstaande inbreukprocedure doorgang vindt, zal dit wellicht een goed onderwerp kunnen zijn voor een scriptieonderwerp. De ingrijpende gevolgen van de intrekking van de pulsvisvergunning kunnen waarschijnlijk nopen tot de conclusie dat deze intrekking dient te worden bestempeld als een ‘criminal charge’, met als gevolg dat in de gerechtelijke procedure de rechtswaarborgen van artikel 6 EVRM dienen te worden gerespecteerd.