Hof bevestigt: Groningse gedupeerden gaswinning hebben (deels) recht op smartengeld

Het gerechtshof in Leeuwarden heeft geoordeeld dat gedupeerden van aardbevingen als gevolg van de gaswinning in Groningen in sommige gevallen recht hebben op smartengeld en een schadevergoeding vanwege gemist woongenot. Hiermee bevestigt het hof deels een uitspraak van de rechtbank in Assen in 2017. De rechtbank in Assen oordeelde toen dat de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) aansprakelijk was voor aangetast woongenot en immateriële schade als gevolg van de gaswinning. 

In 2014 stapten 127 Groningse woningeigenaren naar de rechter om schadevergoeding van de NAM en de Nederlandse Staat te vorderen. De woningeigenaren vorderden echter geen vergoeding voor de fysieke schade aan hun huizen, maar voor het feit dat de aardbevingen hun woongenot hebben aangetast en voor immateriële schade zoals angst en hoofdpijn. Door de rechtbank in Assen werden de Groningse woningeigenaren in 2017 in het gelijk gesteld. Volgens de rechtbank was de NAM aansprakelijk voor het gemiste woongenot (vermogensschade: het gemiste onstoffelijke voordeel van hun woning) en immateriële schade. De NAM ging tegen deze uitspraak in beroep.

Uitspraak gerechtshof

Het gerechtshof in Leeuwarden heeft vorige week bevestigd dat 65 eisers inderdaad recht hebben op vergoeding van schade wegens het gemis van woongenot en/of op smartengeld. Bij de beoordeling heeft het hof rekening gehouden met een eerdere uitspraak van de Hoge Raad over de afwikkeling van de aardbevingsschade. De Hoge Raad heeft uiteengezet wanneer iemand recht heeft op vergoeding van immateriële schade en schade wegens het gemis van woongenot. Volgens de Hoge Raad zal bijvoorbeeld pas recht op vergoeding van schade wegens gemist woongenot bestaan als een bepaald niveau van overlast of hinder is bereikt.

Aan de hand van het arrest van de Hoge Raad heeft het gerechtshof kenmerken vastgesteld aan de hand waarvan kan worden beoordeeld of eisers recht hebben op de gevorderde schade. Volgens het hof hebben eigenaren of huurders van een woning waaraan minimaal één keer fysieke schade is vastgesteld recht op vergoeding van schade wegens gemist woongenot. Wanneer minimaal twee keer fysieke schade aan de woning is vastgesteld, bestaat recht op smartengeld van minimaal €2.500 per persoon.

Het hof heeft de gedupeerden ingedeeld in verschillende categorieën. Van 65 eisers staat vast dat zij recht hebben op schadevergoeding. In een aparte procedure zal de precieze hoogte van de schadevergoeding waarop zij recht hebben worden vastgesteld. Bij 49 eisers is geen of maar één keer fysieke schade aan de woning vastgesteld. Zij krijgen ieder de kans om aan te tonen dat zij toch recht hebben op schadevergoeding. Vanwege de verschillen tussen de zaken worden deze procedures opgesplitst. Tot slot zijn er 13 eisers die helemaal geen recht hebben op schadevergoeding. De redenen hiervoor verschillen: sommigen hebben in een overeenkomst met de NAM afstand gedaan van een vordering tot vergoeding van schade, anderen hebben hun vordering niet voldoende onderbouwd.