Hebben de aangespannen arbitragezaken van twee elektriciteitscentrales een rechtsbasis?

Het Duitse recht biedt de mogelijkheid om vooraf aan een arbitrageprocedure een rechter te vragen of de rechtsbasis geldig is. Van deze mogelijkheid heeft het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat nu gebruikgemaakt. 

Het gaat om arbitragezaken van twee elektriciteitscentrales waarvan Uniper en RWE eigenaar zijn. Zij hebben de arbitragezaken aangespannen vanwege het sluiten van hun kolencentrale in 2030. Dit moet op grond van de Wet verbod op kolen bij elektriciteitsproductie. Zij willen hiervoor compensatie krijgen.

De eigenaren hebben twee afzonderlijke investeerder-Staat arbitrage procedures (ISDS-procedures) bij het International Centre for Settlement of Investment Disputes (ICSID) gestart. In de procedures beroepen de eigenaren zich op artikel 26 van het Energiehandvestverdrag (ECT). Dit artikel bevat een geschillenbeslechtingsregeling voor geschillen tussen een verdragsluitende partij en een investeerder uit een land dat ook partij is bij het verdrag. Het artikel biedt de mogelijkheid om geschillen in te dienen bij het ICSID.

Achtergrond

Uit de uitspraak van het HvJEU in de Achmea-zaak (ECLI:EU:C:2018:158) blijkt dat een arbitrageclausule in een investeringsbeschermingsovereenkomst tussen lidstaten niet verenigbaar is met het Europees recht. Daarom heeft Nederland (en 22 andere EU-lidstaten) in een formele verklaring aangegeven dat arbitragebepalingen in deze internationale overeenkomsten geen geldige grondslag kunnen zijn voor procedures tussen een investeerder uit een EU-lidstaat en een andere EU-lidstaat en daarom buiten toepassing moeten worden gelaten. Dit geldt ook voor arbitrageprocedure onder het ECT.

Het voorafgaand aan de arbitrageprocedure vragen naar de rechtsgeldigheid van die procedure, vergt relatief gezien weinig tijd. Dit kan dus tijd besparen en onnodige procedures voorkomen. De voorafgaande procedure wordt parallel aan de ISDS-procedure van de eigenaren van de kolencentrales gevoerd. Ten eerste zal in de ISDS-procedures op de bevoegdheid van het tribunaal worden ingegaan. Kan de arbitrageprocedure door de voorafgaande procedure door het ministerie niet worden voorkomen, dan zal binnen de ISDS-procedures vervolgens inhoudelijk verweer worden gevoerd.

Het is dus nog afwachten of de inhoudelijke ISDS-procedures doorgang kunnen vinden.