Grapperhaus wil geen strafbaarstelling van lijkschennis

Ondanks herhaaldelijke oproepen daartoe uit verschillende hoeken, acht minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid een strafbaarstelling van lijkschennis niet nodig. De wet biedt momenteel genoeg andere manieren om het misbruiken van lijken te bestraffen, aldus een woordvoerder van de minister.  

Anders dan in Duitsland en Frankrijk, kent het Nederlandse Wetboek van Strafrecht geen artikel dat lijkschennis als zodanig strafbaar stelt. Als het aan minister Grapperhaus ligt, hoeft dat er ook niet te komen. Volgens de minister is namelijk bijna nooit sprake van alleen lijkschennis, nu diegenen die zich daar schuldig aan maken doorgaans ook terechtstaan voor moord of doodslag en derhalve reeds voor deze misdrijven bestraft worden.

Andere manieren

Dat lijkschennis geen zelfstandige strafbepaling kent, betekent natuurlijk niet dat het niet bestraft kan worden. Wie lijkschennis pleegt, kan namelijk vervolgd worden onder de noemer van grafschending (art. 149 WvSr), het opgraven of wegnemen van een lijk (art. 150 WvSr) of vernieling dan wel beschadiging (art. 350 WvSr), zo vertelt een woordvoerder van Grapperhaus. Hoewel dit laatste artikel de opzettelijke en wederrechtelijke vernieling en beschadiging van andermans goederen strafbaar stelt, moet de Nederlandse rechtspraktijk zich volgens de Rechtbank Den Haag desalniettemin behelpen met deze delictsomschrijving voor de bescherming van de onschendbaarheid van het lichaam van een overledene.

Kritiek van hoogleraren en politici

Het standpunt van Grapperhaus schiet bij velen in het verkeerde keelgat. Zo neemt het feit dat schuldigen van lijkschennis vaak al gestraft worden voor doodslag of moord volgens hoogleraar Wilma Duijst niet weg dat ze worden vrijgesproken van verkrachting of misbruik. “Nabestaanden moeten dan leven met de gedachte: hij heeft ook nog aan mijn dochter gezeten, maar hij is daarvoor niet bestraft”, aldus Duijst.  Ook volgens hoogleraar Hjalmar van Marle komen lijkschennis en moord of doodslag niet altijd tezamen voor. Sterker nog, volgens hem blijven zaken van lijkschennis in de praktijk niet alleen vaak verborgen, maar worden ze ook regelmatig afgedekt, omdat begrafenisondernemingen er geen belang bij hebben om achter dergelijke kwesties aan te gaan. Ook volgens Duijst wordt lijkschennis vaak niet ontdekt doordat het momenteel niet zelfstandig strafbaar is gesteld.

Naast de voornoemde hoogleraren achten ook verschillende Tweede Kamerleden van politieke partijen als D66, GroenLinks, PvdA, SP en SGP een strafbaarstelling van lijkschennis geboden. Enkelen van hen hebben dan ook laten weten dat ze voornemens zijn om Kamervragen over de kwestie te stellen. Het laatste woord is er dus nog niet over gesproken.