Grapperhaus en Dekker willen verhoging van maximale gevangenisstraf voor doodslag

Minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid en minister Dekker voor Rechtsbescherming hebben een wetsvoorstel voor het verhogen van de maximale gevangenisstraf voor doodslag van 15 naar 25 jaar ingediend. Het verschil tussen de maximale gevangenisstraf voor moord (30 jaar + levenslang) en doodslag (15 jaar) is namelijk volgens hen te groot. 

Volgens de ministers is de verhoging van de maximale gevangenisstraf voor doodslag en dus het wetsvoorstel wenselijk omdat doodslag een zeer ernstig misdrijf is dat onherstelbaar leed bij nabestaanden van slachtoffers veroorzaakt en tot onbegrip en gevoelens van onveiligheid in de samenleving leidt. Er wordt met de huidige straf geen recht gedaan aan de ernst van het misdrijf. Hiermee baseren zij zich op geluiden uit de strafrechtspraktijk dat het huidige strafmaximum bij zeer ernstige gevallen van doodslag als knellend wordt ervaren en het verschil tussen de maximumduur van de gevangenisstraffen voor doodslag en moord (te) groot is.

Een voorbeeld waarbij de straf als knellend werd ervaren is de zaak Hümeyra. Zij werd gestalkt door haar ex en uiteindelijk door hem vermoord. De rechtbank veroordeelde de ex voor doodslag wegens de hoge eisen die aan voorbedachte raad bij moord worden gesteld. De rechter in deze zaak pleitte vervolgens voor een hogere straf voor doodslag.

Professionals: huidige instrumentarium is toereikend

Volgens professionals is de verhoging niet nodig, omdat het knellend probleem alleen speelt in een beperkt aantal zaken en dat levenslang daarbij ook mogelijk is. Het huidige instrumentarium is dan ook toereikend.

Het verhogen van de maximumstraf voor doodslag is volgens masterstudente strafrecht aan de VU Amsterdam, Blanca de Louw, gebaseerd op het strafdoel van vergelding. Echter, er moet niet alleen naar de vergelding worden gekeken, maar ook naar andere strafdoelen zoals resocialisatie. Hoe kan worden voorkomen dat een veroordeelde nog een keer de fout ingaat? Daarnaast geeft zij aan dat het argument dat de strafrechtspraktijk de huidige maximumstraf als knellend ervaart enkel is gebaseerd op de zaak Hümeyra. In die zaak had de rechter echter een een gevangenisstraf van 20 jaar kunnen opleggen als de rechter de regeling van de meerdaadse samenloop had toegepast.

Tevens geeft zij aan dat er via de gekwalificeerde doodslag een hogere straf kan worden opgelegd en dat vaak TBS naast de gevangenisstraf wordt opgelegd.

Bovenstaande argumenten van De Louw geven stof tot nadenken of het verhogen van de maximale gevangenisstraf voor doodslag daadwerkelijk noodzakelijk is. Hoewel deze argumenten begrijpelijk zijn, moet er ook worden gekeken of hierdoor de straf niet meer als knellend probleem wordt ervaren.