Goede hoop voor de toekomst voor uitzendkrachten: onderbetaling wordt erkend

Na een jarenlange rechtszaak krijgen twaalf uitzendkrachten een half miljoen euro in achterstallig loon uitbetaald. Dit is een grote overwinning in de strijd tegen schrijnconstructies die gelijke betaling voor uitzendpersoneel omzeilen, aldus vakbond FNV.

Door Rose-Marie Mühren

Uitzendkrachten krijgen, hoewel de wet dit voorschrijft, niet altijd net zoveel betaald als werknemers in dienst. Er wordt door bedrijven en uitzendbureaus vaak gebruik gemaakt van schijnconstructies: constructies waarin de uitzendkracht een onderaannemer wordt en er geen sprake is van een uitzendverband. Dit soort schijnconstructies komen steeds vaker voor, sinds in 2015 in de uitzend-cao werd vastgelegd dat uitzendkrachten vanaf dag één recht hebben op gelijk loon, aldus een woordvoerster van de FNV.

In de zaak van de twaalf uitzendkrachten ging het om een matrassenfabrikant die werknemers inhuurde via twee uitzendbureaus. De matrassenfabrikant werd niet de werkgever maar de opdrachtgever, die niet over de lonen gaat. Zo kregen de werknemers toch minder betaald.

Hoop gedoe

Een van de twaalf uitzendkrachten is de Poolse Kasia Krzesinska. Ze wist dat ze minder verdiende dan de vaste krachten, maar was in de veronderstelling dat dit de normale gang van zaken was in Nederland. Toen Krzesinska besloot mee te doen aan de rechtszaak, leverde dit haar (en de elf andere Poolse uitzendkrachten) veel gedoe op. De twaalf krachten werden niet meer opgeroepen voor werk, waardoor er gecollecteerd moest worden om er voor te zorgen dat zij boodschappen konden halen. Verder kregen ze te maken met intimidatie.

Werkgevers komen ermee weg

Hoewel er in deze zaak alleen Poolse uitzendkrachten betrokken waren, is het voor Nederlandse uitzendkrachten die hun rechten begrijpen niet minder ingewikkeld. Uitzendkrachten in zo’n positie weten vaak wel dat het niet deugt, maar denken dat zij er niets aan kunnen doen. Daar komt bij dat het starten van een juridische procedure veel geld kost. Zo komen werkgevers er steeds mee weg, zo zegt de woordvoerster van de FNV.

De kantonrechter heeft geoordeeld dat de twaalf uitzendkrachten niet gekregen hebben waar zij recht op hadden. Dit heeft tot gevolg dat de uitzendbureaus het verschil moeten compenseren. Volgens de berekeningen gaat het om een bedrag van in totaal ongeveer een half miljoen euro. Dit is overigens niet de eerste keer dat de rechter uitspraak doet over de ongelijkheid tussen uitzendkrachten en werknemers in dienst. Eerder dit jaar oordeelde de rechtbank al dat werkzaamheden van uitzendkrachten op Schiphol gelijk waren aan die van werknemers in dienst, waardoor het verschil in loon vergoed diende te worden door de uitzendbureaus. Lees hier meer over deze uitspraak.