Gemeenten wachten niet op kabinet en voeren zelf lachgasverboden in

Lachgasgebruik vormt sinds enkele jaren een groot probleem in Nederland. Frequente gebruikers kunnen er gezondheidsproblemen door krijgen en het leidt ook tot bijvoorbeeld geluidsoverlast, zwerfafval en een toenemend aantal verkeersdelicten. Gemeenten zijn het uitblijven van landelijke regelgeving nu helemaal zat en voeren daarom zelfstandig lachgasverboden in.

Artsen en andere deskundigen waarschuwen al jaren voor de zeer schadelijke gevolgen van lachgas. Overmatig gebruik zou wat betreft de volksgezondheid bijvoorbeeld kunnen leiden tot meer trombose onder twintigers en een toename van het aantal hartinfarcten. Daarnaast levert het gas ook de nodige maatschappelijke problemen op. Zo haalden politieagenten bij Den Bosch onlangs een 17-jarige jongen van de weg die zonder rijbewijs bijna honderd kilo aan lachgas vervoerde en werd een maand geleden in een loods in Maastricht 3.800 kilo van het explosieve gas gevonden.

Robert Riezebos, hoofd van het OLVG Hartcentrum in Amsterdam, riep drie weken geleden samen met cardioloog Remko Kuipers op tot een snelle invoering van een landelijk verbod op het recreatief gebruik van lachgas. “We hopen echt dat het recreatieve gebruik van lachgas verboden wordt, want het verwoest jonge levens. Het lijkt wachten op de eerste dode”, aldus Riezebos en Kuipers.

Eigen lachgasverboden

Gemeenten lijken echter niet te willen wachten op de invoering van zo’n landelijk verbod. Zo heeft ruim de helft van hen er inmiddels voor gekozen een eigen lachgasverbod op te nemen in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV), wat de regelgeving omtrent lachgas er niet bepaald overzichtelijker op maakt. Daar komt bij dat deze gemeentelijke verboden ook weer van elkaar verschillen, al zijn er grofweg toch drie groepen van gemeenten te onderscheiden.

Allereerst is er een grote groep van 106 gemeenten waar het gebruik van lachgas binnen bepaalde aangewezen gebieden volledig verboden is, terwijl de rest van de gemeente alleen met een verbod te maken krijgt als er sprake is van overlast. Een aantal gemeenten met studentensteden, waaronder Leiden, Delft, Rotterdam, Groningen, Enschede en Utrecht, hebben zich bij deze groep aangesloten.

Een tweede, kleinere groep van 67 gemeenten staat het gebruik van lachgas in beginsel toe in de hele gemeente, tenzij het leidt tot overlast. Ten slotte zijn er nog elf gemeenten die ervoor hebben gekozen de volledige gemeente aan te merken als gebied waarin lachgasgebruik onvoorwaardelijk verboden is. De opmerkelijkste gemeente in deze laatste groep is de gemeente Den Haag.

Gemeenten zonder lachgasverbod

Het rijtje van gemeenten met lachgasverboden telt ook een aantal opvallende afwezigen. Zo hebben onder meer ’s-Hertogenbosch, Nijmegen, Eindhoven en Maastricht (nog) geen lachgasverbod ingesteld.

De gemeente Amsterdam kent eveneens geen verbod op lachgas, al wil zij door middel van een verordening nu toch de bevoegdheid krijgen om het gebruik ervan op bepaalde plekken en tijdstippen te verbieden. Het zou hierbij overigens niet gaan om een volledig verbod, maar slechts om “handvatten om drukte tegen te gaan en ervoor te zorgen dat de coronamaatregelen worden nageleefd”. De Amsterdamse gemeenteraad wil eerst landelijke wetgeving afwachten voordat hij het gebruik van lachgas helemaal verbiedt.

Landelijk verbod?

Hoe zit het dan met die landelijke wetgeving? Het (inmiddels demissionaire) kabinet werkt al sinds eind 2019 aan een verbod, dat eigenlijk op 1 januari 2021 in werking had moeten treden. Dit bleek echter onhaalbaar en ook vóór het voorjaar van 2022 hoeven we zeker geen landelijk lachgasverbod te verwachten. De kosten voor de handhaving ervan zouden op dit moment niet binnen de begroting van het ministerie van Veiligheid en Justitie passen en daarom wordt het besluit hierover doorgeschoven naar het volgende kabinet.

Het is te hopen dat het dit kabinet wel zal lukken een landelijk verbod op lachgas in te voeren en zo de grote maatschappelijke en gezondheidsproblemen die het veroorzaakt, definitief op te lossen.