Geen vaccinatie wegens geloofsovertuiging verboden in New York

Het parlement van de staat New York heeft aangegeven dat ouders in New York niet meer een beroep kunnen doen op hun geloofsovertuiging om vaccinatie van hun kinderen te voorkomen. Aanleiding tot dit besluit was dat er dit jaar 1022 besmettingen van mazelen zijn gemeld en deze ziekte vooral tot uiting komt in gebieden waar orthodoxe joden wonen.

Als ouders van kinderen dus een geloofsovertuiging hebben, mag dit geen reden zijn om af te zien van vaccinatie van hun kinderen. Door hun uitzonderingspositie voor het vaccineren van hun kinderen af te nemen, hoopt de staat meer besmettingen van mazelen te voorkomen.

Tegen dit besluit is veel verzet gekomen. Volgens critici kan het afnemen van bovenstaande uitzonderingspositie wellicht leiden tot strijdigheid met de vrijheid van godsdienst. Wanneer een staat dit grondrecht wil beperken, moet dit namelijk op een wettelijke grondslag gebaseerd zijn, proportioneel zijn, een legitiem doel nastreven en noodzakelijk zijn in een democratische samenleving (artikel 18 van het Internationaal Verdrag inzake burgerlijke en politieke rechten). Of het besluit van het parlement in New York hieraan voldoet, blijft voor nu nog open.

Gezien het voorgaande en gezien de daling van de vaccinatiegraad in Nederland, blijft de vraag of de vrijheid van godsdienst of het beschermen van de volksgezondheid dient te prevaleren. Hoewel de reden in Nederland om een kind niet te laten vaccineren vaak ligt aan verhalen op social media die niet wetenschappelijk onderbouwd zijn, is de vrijheid van godsdienst ook in Nederland een reden voor ouders om af te zien van vaccinatie van hun kinderen.

Wanneer duidelijkheid gaat ontstaan omtrent de legitimiteit van het niet vaccineren van kinderen, kan worden voorkomen dat onnodig veel kinderen met ziektes besmet raken. Derhalve dient het beschermen van de volksgezondheid hoog in het vaandel te staan.