Gebiedsverbod imam op gespannen voet met grondrechten?

Om radicalisering te voorkomen, kan de minister van Veiligheid en Justitie sinds maart dit jaar vrijheidsbeperkende maatregelen opleggen aan personen die een bedreiging vormen voor de nationale veiligheid vanwege mogelijke betrokkenheid bij terroristische activiteiten. Onlangs kreeg imam Fawaz Jneid door de minister een gebiedsverbod opgelegd, omdat hij een intolerante en radicaliserende boodschap zou verkondigen. Hoogleraar Jan Brouwer stelt dat dit in strijd is met de Grondwet.

Imam Fawaz Jneid gebruikte volgens de burgemeester van Den Haag een islamitische boekwinkel om daar illegaal te preken. Minister Stef Blok heeft in overleg met de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid en de burgemeester besloten om Jneid daarom een gebiedsverbod gedurende zes maanden op te leggen voor de Transvaal en de Schilderswijk in Den Haag.

De Tijdelijke wet bestuurlijke maatregelen terrorismebestrijding (Twbmt) is in het leven geroepen om maatregelen te bieden waarmee terrorisme preventief kan worden tegengegaan. De minister van Veiligheid en Justitie kan op grond van deze wet een gebiedsverbod, contactverbod, uitreisverbod en meldplicht opleggen. Maar dit mag hij natuurlijk niet zomaar. Om een gebiedsverbod op te leggen, moet dit noodzakelijk zijn met het oog op de bescherming van de nationale veiligheid en de gedragingen van de persoon moeten in verband kunnen worden gebracht met terroristische activiteiten of de ondersteuning daarvan.

Volgens Hoogleraar Jan Brouwer kan het opleggen van een gebiedsverbod, zoals in deze zaak aan de orde is, rechtsstatelijk gezien niet door de beugel. In het NPO Radio 1 programma ‘Dit Is De Dag’ stelt hij dat het gebiedsverbod een vorm van censuur is en in strijd met de vrijheid van meningsuiting en godsdienst. Juridisch gezien kan er pas worden ingegrepen als de imam iets heeft gedaan wat een strafbaar feit oplevert. Daarom denkt Brouwer dat de rechter het gebiedsverbod van tafel zal vegen.

In juli liet de Rechtbank Rotterdam zich voor het eerst uit over de Twbmt. Een man die in 2015 dreigde met een aanslag tijdens de marathon van Rotterdam, kreeg een gebiedsverbod opgelegd voor de buurt van de looproute van de marathon in 2017. De Rechtbank vond dat er was voldaan aan de criteria van de wet, zeker gelet op de gedragingen van de man. Daarnaast werd in het vonnis benadrukt dat de maatregelen van de Twbmt geen straf zijn, maar een primair en preventief karakter hebben. De Twbmt is juist in het leven geroepen om ook maatregelen te kunnen treffen wanneer er nog geen strafrechtelijke vervolging mogelijk is, zo blijkt uit de Memorie van toelichting.

Duidelijk is dat de Twbmt op gespannen voet staat met individuele grondrechten. Fawaz Jneid heeft aan de NOS laten weten in beroep te gaan. Het is dus zoals gebruikelijk aan de rechter om aan te geven waar de grens moet worden getrokken.