Forse vergoeding na het laten observeren van een werknemer

Een zieke werknemer ontvangt een vertrekpremie van 55.000 euro nadat het schildersbedrijf waar hij werkzaam was hem ten onrechte liet schaduwen door een recherchebureau. “De inzet van een recherchebureau is een vergaand middel dat niet lichtvaardig ingezet mag worden”, aldus de rechter.

Schouderklachten

De werknemer was sinds 2003 werkzaam als schilder bij het bedrijf. Vanaf 2019 kreeg hij last van schouderklachten. Hij zou een dag in de week minder gaan werken, maar werd dit door de werkgever niet gehonoreerd. De werknemer meldt zich vervolgens ziek, waarna de werkgever hem enkele weken later opriep om weer te gaan werken. De werknemer was hiertoe echter nog niet in staat, de bedrijfsarts ging hierin mee.

Thuis observeren

Op 22 maart 2020 wordt de werknemer aan zijn schouder geopereerd. Volgens de bedrijfsarts zal het herstel minstens drie maanden duren. In de zomer die hierop volgt krijgt de werkgever geruchten te horen dat zijn werknemer thuis werkzaamheden zou verrichten. Het schildersbedrijf besluit een recherchebureau in te schakelen die de man thuis observeert. In maart 2022 verleent het UWV een ontslagvergunning waarop het schildersbedrijf de overeenkomst opzegt.

Rechter

De werknemer stapt naar de rechter om ontslagvergoeding te eisen. Volgens hem handelde de werkgever ernstig verwijtbaar en leidde dat naast zijn schouderklachten ook tot psychische problemen. Hierdoor was hij volledig arbeidsongeschikt geworden. Hij eiste een ontslagvergoeding van totaal ruim 140.000 euro, wegens inkomensschade, onterecht ontslag en immateriële schade. Uit de uitspraak blijkt dat de kantonrechter de werknemer grotendeels in het gelijk heeft gesteld. De kantonrechter wees erop dat een werkgever een werknemer alleen buiten zijn medeweten om mag laten controleren door een recherchebureau als er ‘sprake is van zeer bijzondere omstandigheden waarbij tegen de werknemer ernstige verdenkingen zijn gerezen’. In dit geval achtte de kantonrechter de inzet van een recherchebureau ‘volstrekt buitenproportioneel’, ook omdat dat een ‘ernstige inbreuk maakte op de persoonlijke levenssfeer’ van de zieke schilder. Het schildersbedrijf moet de werknemer daarom een vergoeding van onder meer inkomensschade van 30.000 euro betalen en daarboven op nog eens 25.000 euro wegens immateriële schade.