Europese natuurherstelwet komt er tóch

De ministers van milieu van alle Europese lidstaten kwamen deze maand bij elkaar in de Raad van de Europese Unie om over de natuurherstelwet te stemmen. Na moeizame onderhandelingen is de wet tóch goedgekeurd.

Uit onderzoek van het Europees Milieuagentschap in 2020 blijkt dat de natuur in de EU in slechte staat verkeert. Slechts een klein percentage van de beschermde habitats en soorten vertoonde een goede staat van instandhouding. De belangrijkste oorzaken van deze achteruitgang waren intensieve landbouw, verstedelijking en klimaatverandering. Het rapport onderstreepte de dringende noodzaak van meer inspanningen voor natuurbehoud en herstel om de biodiversiteit te beschermen en ecosystemen te herstellen.

De natuurherstelwet

De natuurherstelwet is een wetgevingsinitiatief van de Europese Unie dat gericht is op het herstellen van beschadigde ecosystemen, het verbeteren van de biodiversiteit en het tegengaan van de achteruitgang van natuurgebieden. De wet legt EU-lidstaten bindende verplichtingen op om maatregelen te nemen voor natuurherstel, met specifieke doelen voor verschillende soorten ecosystemen zoals bossen, landbouwgebieden en stedelijke omgevingen. Zo moeten alle EU-lidstaten herstelplannen maken voor de eigen natuurgebieden en moeten in 2030 de eerste herstelmaatregelen zijn genomen. Het uiteindelijke doel is om een duurzaam herstel van de Europese natuur te waarborgen en de negatieve trends in biodiversiteit om te keren.

Bezwaren tegen de wet

Tegenstanders van de wet zien aanzienlijke potentiële negatieve gevolgen. Vooral kleine en middelgrote bedrijven zouden geconfronteerd kunnen worden met extra kosten en administratieve lasten om aan de nieuwe milieueisen te voldoen. Dit kan leiden tot een vermindering van de productie, hogere kosten voor consumenten en mogelijk verlies van banen in deze sectoren. Ook zouden met name bedrijven in de landbouwsector worden belemmerd door de strikte regels en beperkingen die door de wet worden opgelegd.

Daarnaast stellen tegenstanders dat de natuurherstelwet de ontwikkeling van nieuwe projecten kan vertragen of zelfs stoppen. Projecten zoals de bouw van wegen, spoorwegen en andere infrastructuur kunnen vastlopen op milieuregelgeving die bedoeld is om beschermde habitats te herstellen of te behouden. Ook kunnen wind- en zonne-energieprojecten belemmerd worden doordat deze vaak grote stukken land vereisen die mogelijk in conflict kunnen komen met gebieden die onder de natuurherstelwet worden beschermd. Dit kan de overgang naar duurzame energie vertragen, wat tegenstrijdig zou zijn met de bredere klimaatdoelstellingen van de EU.

Van voorstel tot definitieve wet

Bovengenoemde bezwaren brachten mee dat de weg naar de wet een moeizaam traject is geweest. Het voorstel voor de wet kwam vanuit de Europese Commissie, die het exclusieve recht heeft om wetsvoorstellen in te dienen. De Europese wetgevingsprocedure omvat vervolgens meerdere lezingen en evaluaties door zowel het Europees Parlement als de Raad van de Europese Unie, met input en amendementen van beide kanten. Als beide instellingen uiteindelijk akkoord gaan, gaat de wet van kracht.

Op 22 juni 2022 presenteerde de Europese Commissie het allereerste voorstel voor de Europese Natuurwet. Dit voorstel bevatte bindende doelstellingen voor het herstel van verschillende ecosystemen. Ook was er een verslechteringsverbod opgenomen. Overtreding van dit verbod kon leiden tot een stop op vergunningen voor bouwprojecten en wegenaanleg. De wet kreeg veel kritiek, zo ook van Nederlandse (decentrale) overheden.

Eind 2023 waren de EU-lidstaten en het Europees Parlement akkoord over invoering van de wet, maar met aanzienlijke wijzigingen. Het verslechteringsverbod werd geschrapt en de bindende doelstellingen werden omgezet in een inspanningsverplichting, waarbij lidstaten verplicht werden om aantoonbaar te werken aan het herstel van ecosystemen. Daarnaast mocht de wet belangrijke projecten zoals hernieuwbare energie niet belemmeren.

Begin 2024 stemde een krappe meerderheid (52%) in het Europees parlement voor. Echter, er volgde nog geen akkoord vanuit de Raad van de Europese Unie. Onder andere Nederland, Italië, Zweden, Finland, Zweden en Oostenrijk konden zich niet vinden in het voorstel. De voorzitter van de Raad besloot daarom de definitieve stemming uit te stellen. De stemming kwam terug op de agenda toen Oostenrijk toch voor het akkoord bleek te willen stemmen, waarmee alsnog een meerderheid was gevormd. Aangezien het Europees Parlement het akkoord al had goedgekeurd, is de Europese natuurherstelwet definitief van kracht gegaan.

Een aantal van de bezwaren tegen de wet zijn inmiddels, met de wijzigingen na het eerste voorstel, weggenomen. Desondanks blijft de vraag of de wet praktisch uitvoerbaar en effectief is en of de maatregelen – en de daarvoor benodigde financiële middelen – voor natuurherstel ten koste zullen gaan van andere belangrijke punten en doelstellingen. Dat zal de toekomst uitwijzen.