Eigenaren studentenhuizen eisen compensatie voor beleid kamergewijze verhuur

Eigenaren van studentenhuizen moesten voorheen voldoen aan de strenge eisen van de gemeente Nijmegen omtrent kamerverhuur. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS)  heeft nu echter geoordeeld dat kamergewijze verhuur van dure woningen zonder vergunning is toegestaan.

In de zaak die voorlag bij de ABRvS speelde de vraag of de Nijmeegse vergunningplicht voor kamergewijze verhuur in overeenstemming is met de Huisvestingswet. Een vergunning eisen is alleen toegestaan als dat nodig is om een tekort aan goedkopere woonruimte te voorkomen. De gemeente Nijmegen heeft voldoende aangetoond dat deze noodzaak er is en mocht dus een vergunningplicht invoeren, maar wel alleen voor woningen die in 2019 een maximale WOZ-waarde hadden van 290.000 euro en in 2020 niet uitkwamen boven de zogenoemde NHG-grens (310.000 euro).

Voor duurdere woningen is dus niet aangetoond dat de noodzaak bestaat tot invoering van een vergunningplicht. De enige reden om kamerverhuur zonder vergunning hier niet toe te staan is de leefbaarheid. Maar op grond van de Huisvestingswet mag alleen het tegengaan van woningtekorten een overweging zijn om kamerverhuur vergunningplichtig te maken.

Geen vergunning nodig: misgelopen huurinkomsten

Er is dus geen vergunning nodig voor kamergewijze verhuur voor duurdere woningen. En dat merken eigenaren van studentenhuizen nu. Huiseigenaren hebben soms duizenden euro’s betaald om aan alle eisen voor een vergunning te voldoen en hebben mogelijk tienduizenden euro’s aan huurinkomsten misgelopen. Volgens advocaat Bart van Hoof bestaat er voor de eigenaren recht op compensatie van de gemaakte kosten.

Volgens Van Hoof was direct duidelijk dat het Nijmeegse beleid juridisch geen stand kon houden. Ook is helemaal geen rekening gehouden met de verhuurders door gelijk alles aan banden te leggen. Belangen zijn dus niet zorgvuldig afgewogen. In een nieuw besluit op bezwaar moet het college deze belangenafweging wél uitvoeren.

Van Hoof bereidt momenteel namens meerdere huiseigenaren een schadeclaim voor. Hij verwacht dat zo’n 25 pandeigenaren die gezamenlijke claim indienen en het totaalbedrag op kan lopen tot enkele tonnen.