De onafhankelijk taakuitoefening van een onderzoeksinspectie

Volgens drugsonderzoeker Marianne van Ooyen, voormalig medewerker van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatie Centrum (WODC), heeft het ministerie van Justitie en Veiligheid niet behoorlijk gehandeld in pogingen onafhankelijke wetenschappelijke rapporten over zijn eigen cannabisbeleid naar zijn hand te zetten. In dit bericht lees je meer hierover.

Volgens van Ooyen is zij intern, door beleidsambtenaren van het ministerie van Justitie en Veiligheid (J&V), zwaar onder druk gezet om de rapporten over de effecten van het cannabis-beleid van toenmalig minister Ivo Opstelten (VVD) gunstiger op te stellen. Volgens haar zou dus teveel politieke sturing zijn op de onafhankelijke taakuitoefening van het WODC. Ondanks dit onbehoorlijk handelen van het ministerie van J&V,vond de aangestelde commissie van het WODC dit geen aanleiding om de onderzoeken van het WODC onbetrouwbaar te achten. Dit omdat de inmenging van het ministerie merendeels constructief was en deze inmenging vaak heeft geresulteerd in betere onderzoeken.

Dat de onderzoeken van het WODC ondanks de inmenging van het ministerie als betrouwbaar moeten worden geacht, laat onverlet dat het WODC onafhankelijk en onpartijdig onderzoek moet kunnen uitoefenen. Met een te grote politieke bemoeienis is het zeer onwaarschijnlijk dat sprake zal zijn van een onafhankelijk en onpartijdig onderzoek. In dit geval is sprake van een te grote politieke bemoeienis met de onderzoeken van het WODC. Gesteld wordt dat het ministerie van J&V niet constructief gehandeld heeft doordat het heeft geprobeerd de onderzoeksresultaten bij te sturen in een richting zodat het lijkt alsof de effecten van het cannabis-beleid gunstig zijn. Derhalve is de beïnvloeding van het onderzoek van het WODC onbehoorlijk van aard en derhalve is er geen sprake van een betrouwbaar onderzoek.

Om onafhankelijk onderzoek door een onderzoeksinspectie van de regering te waarborgen, is het noodzakelijk dat de invloed van de betreffende opdrachtgever (in casu het ministerie van J&V) constructief is, dat duidelijk is wat de opdrachtgever van een onderzoeksinspectie verwacht en dat de opdrachtgever geen direct overleg voert met de onderzoekers. Het WODC dient dus de aanwijzingen van het ministerie van J&V gewoon op te volgen, maar niet op zulke wijze dat het onafhankelijk en onpartijdig onderzoek van het WODC in het geding komt.