Assessments door BrainCompass in strijd met privacywetgeving

Misschien heb je er voor een sollicitatie weleens mee te maken gehad: een assessmentAssessments worden soms door werkgevers gebruikt om een beter beeld te krijgen van een sollicitant. Het assessmentbureau BrainCompass verzamelt daarvoor bijvoorbeeld DNA-materiaal en het gewicht van personen. Dat is in strijd met privacywetgeving, concludeert de Autoriteit Persoonsgegevens na onderzoek. Wat betekent dit voor assessmentbureaus en werkgevers?

BrainCompass verricht assessments op basis van een persoonlijk en biologisch profiel. Naast gebruikelijke psychologische gegevens worden ook gegevens over het ras, gewicht, lengte en DNA-materiaal van de persoon verzameld. Volgens de Autoriteit Persoonsgegevens (hierna: AP) zijn deze extra gegevens ‘bijzondere persoonsgegevens’ in de zin van artikel 16 Wet Bescherming Persoonsgegevens (Wbp). Bijzondere persoonsgegevens mogen in principe niet worden verwerkt, tenzij één van de uitzonderingen van toepassing is.

Bijzondere persoonsgegevens
Dat de gegevens die BrainCompass verzamelt worden aangemerkt als bijzondere persoonsgegevens is opmerkelijk. Het CBP (voorloper van de AP) was in 2012 van mening dat gegevens die bij assessments worden verzameld gevoelig van aard zijn, maar niet bijzonder.

Door een onderzoek van de Artikel 29 Werkgroep van de Europese Commissie in 2015 is de AP daar toch anders over gaan denken. Het begrip gezondheid, wat in artikel 16 Wbp als bijzonder persoonsgegeven wordt aangemerkt, moet namelijk ruim worden uitgelegd. Gezondheidsgegevens omvatten volgens de Europese Werkgroep niet alleen medische gegevens, maar ook gegevens over intellectuele en emotionele capaciteiten.

Gewicht, lengte en DNA-materiaal zijn dus zonder twijfel bijzondere persoonsgegevens. Maar hoe zit dat met psychologische gegevens? Gegevens over intellectuele en emotionele capaciteiten kunnen gezondheidsgegevens zijn. Voorbeelden hiervan zijn assertiviteit, zelfbewustzijn, empathie en IQ. Dat zijn typische psychologische eigenschappen die met een assessment worden beoordeeld. De psychologische gegevens die BrainCompass verzamelt zijn volgens de AP dan ook gezondheidsgegevens en dus bijzondere persoonsgegevens. De vragen en uitkomst van het assessment gaan namelijk over de mentale gezondheid van de deelnemer. Met die redenatie zullen er bij vrijwel ieder assessment bijzondere persoonsgegevens worden verwerkt, en dat mag in principe niet.

Uitzondering?
Als de persoon in kwestie uitdrukkelijke toestemming geeft voor het verwerken van de bijzondere persoonsgegevens, dan is het verbod niet van toepassing. Die toestemming moet vrij, specifiek en geïnformeerd worden gegeven. Binnen een arbeidsrelatie kan daar volgens de AP geen sprake van zijn. De werknemer is afhankelijk van de werkgever, dus kan de toestemming nooit vrij worden gegeven. Voor de deelnemers van de assessments die deze in opdracht van een werkgever doen bij BrainCompass is de uitzondering volgens de AP dus niet van toepassing. Andere specifieke wettelijke uitzonderingen waren ook niet van toepassing.

Gevolgen uitspraak
Hoewel de AP benadrukt dat de uitspraak over BrainCompass niet van toepassing is op alle assessmentbureaus, lijkt er toch een bom onder de afname van assessments te zijn geplaatst. De psychologische gegevens die door de AP als gezondheidsgegevens zijn aangemerkt worden over het algemeen in iedere assessment vastgesteld. De werknemer of sollicitant kan daar zelf geen geldige toestemming voor geven. De uitspraak kan wel degelijk gevolgen hebben voor assessmentbureaus en werkgevers die assessments willen laten afnemen.