Andere strafbaarstelling bij politiegeweld?

Door de Tweede Kamer is het wetsvoorstel geweldsaanwending opsporingsambtenaar aangenomen. Met dit voorstel wordt geregeld dat opsporingsambtenaren bij het gebruik van geweld anders worden vervolgd dan de gewone burger. Het voorstel ligt momenteel ter behandeling bij de Eerste Kamer. 

Het wetsvoorstel voegt aan het Wetboek van Strafrecht een kader toe voor het gebruik van geweld door opsporingsambtenaren (politie en Koninklijke marechaussee). Het regelt dat opsporingsambtenaren die geweld hebben gebruikt op een andere manier worden vervolgd. Ze worden niet meer automatisch verdacht van het plegen van een algemeen geweldsdelict en er komt een  strafuitsluitingsgrond voor opsporingsambtenaren die geweld hebben gebruikt in de ‘rechtmatige uitoefening van hun taak’ (Ambtsinstructie).  Opsporingsambtenaren die de Ambtsinstructie overtreden, kunnen een maximale straf van drie jaar krijgen. Het wetsvoorstel verandert echter niets aan het recht van het OM om de opsporingsambtenaar wegens het gebruik van buitensporig geweld voor een algemeen geweldsdelict zoals doodslag, te vervolgen. Overtreding van de bij de functie behorende geweldsinstructie wordt immers wel strafbaar.

Standpunt minister van Justitie en Veiligheid

Naar aanleiding van het overleg dat minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid met de Tweede Kamer had, heeft hij antwoord gegeven op de vraag of en wanneer opsporingsambtenaren na geweld vervolgd kunnen worden voor doodslag. Volgens de minister is vervolging voor algemene geweldsdelicten bij opsporingsambtenaren minder aangewezen, omdat opsporingsambtenaren wordt gevraagd geweld te gebruiken als dit noodzakelijk is. Als vervolging van een opsporingsambtenaar is aangewezen, biedt de nieuwe strafbaarstelling het OM een alternatief voor algemene geweldsdelicten zoals mishandeling en doodslag. Dit laat echter onverlet dat het OM de opsporingsambtenaar wegens een algemeen geweldsdelict kan vervolgen als de Ambtsinstructie bijvoorbeeld moedwillig is overschreden. Als de ernst van de gedraging van de opsporingsambtenaar en het verwijt wat hem daarbij kan worden gemaakt daartoe nopen, is vervolging voor een algemeen geweldsdelict zoals doodslag meer aangewezen. Hiermee maakt de minister duidelijk dat hij de gedragingen die zich voordoen in de Verenigde Staten niet tolereert.

Voor- en tegenstanders

Richard Korver, advocaat van de nabestaanden van Mitch Henriquez, is het niet eens met het wetsvoorstel:  ”De politiek is voornemens om een wet door de Eerste Kamer te jassen, waar eigenlijk in staat dat politiemensen geen doodslag meer kunnen plegen, maar een veel lagere straf krijgen in het geval ze dat toch zouden doen. En een aparte rechtbank. Alsof onze rechters niet in staat zouden zijn om dat politieoptreden ook nu al te beoordelen. En ja, ik zou denken: agenten dat zijn niet mensen die een streepje voor zouden moeten hebben als het gaat om de afwikkeling van een geweldsdelict waarbij opzet in het spel is, zoals in de zaak van Mitch Henriquez.”

Daarnaast vindt advocaat Gerald Roethof de wet onnodig en een verkeerd signaal. Volgens hem gaat het hier meer om symboolwetgeving. Hij geeft aan dat het platform tegen politiegeweld genaamd Controle Alt Delete 41 gevallen in kaart heeft gebracht in Nederland waarbij mensen overleden zijn tijdens optreden door de politie. Geen enkele zaak is zelfstandig door het OM voor de rechter gebracht. Hij begrijpt daarom niet waarom opsporingsambtenaren, als ze toch al niet voor de rechter worden gebracht, extra bescherming verdienen. PvdA-Kamerlid Lodewijk Asscher reageert hierop dat het veel impact kan hebben op de opsporingsambtenaar als hij automatisch wordt vervolgd voor het gebruiken van geweld. Hij stelt dat er een balans moet zijn en opsporingsambtenaren hun werk moeten kunnen doen, maar zich wel bij een overtreding moeten verantwoorden.

Tegenover het kritiek stelt D66-Kamerlid Maarten Groothuizen dat het voorstel voor meer duidelijkheid kan zorgen, omdat de uitzonderingsbehandeling voor opsporingsambtenaren nu in een aanwijzing van het OM staat en niet in de wet. Ook neemt de kans op veroordeling nu toe, omdat de wet juist een extra strafbaar feit toevoegt. De kans dat agenten zich daadwerkelijk voor geweld moeten verantwoorden neemt dus juist toe. Daarnaast blijft de mogelijkheid voor het OM bestaan om opsporingsambtenaren voor mishandeling, doodslag of moord te vervolgen. Ten slotte zijn de protesten in de VS en in ons land juist een uiting van de noodzaak tot betere wetgeving voor politieagenten.

Behandeling Eerste Kamer

Het wetsvoorstel stond op 9 juni 2020 op de agenda van de Eerste Kamer. Verschillende fracties hebben opnieuw vragen gesteld aan de minister. Dit naar aanleiding van de dood van George Floyd. Er is dus nog geen besluit genomen over het al dan niet aannemen van het wetsvoorstel. Het is de bedoeling dat het wetsvoorstel voor de zomer wordt behandeld. Hierover bestaat ook weer kritiek, omdat de Afdeling Advisering van de Raad van State nog bezig is met het advies over de ambtsinstructie van politieambtenaren. To be continued…