Akkoord over kinderpardon, nieuwe beoordeling voor 700 minderjarigen

VVD, CDA, ChristenUnie en D66 hebben een akkoord bereikt met betrekking tot het kinderpardon. Voor reeds bestaande gevallen van ouders met in Nederland gewortelde kinderen die eigenlijk geen recht hebben op verblijf, komt een ruimere regeling. De huidige groep met een aantal van 700 kinderen wordt opnieuw beoordeeld. Er wordt verwacht dat 90% hiervan in Nederland mag blijven. Daarna wordt het kinderpardon afgeschaft.

Op het moment dat 630 van de 700 kinderen mogen blijven, kunnen de ouders ook niet meer worden uitgezet. Dit leidt tot een totaal van 1300 minderjarigen en volwassenen die in Nederland kunnen blijven.

Met het akkoord veranderen ook enkele andere zaken. Zo krijgt het Hoofd van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) voortaan de discretionaire bevoegdheid. Deze bevoegdheid behoort momenteel tot het takenpakket van staatssecretaris Harbers. De bevoegdheid is erop gericht om na alle (gerechtelijke) beslissingen over het vertrek van een afgewezen asielzoeker, toch nog af te wijken op humanitaire gronden.

Daarnaast krijgt de IND extra geld voor snellere asielprocedures. Procedures kunnen dan veel sneller en met meer zorgvuldigheid afgehandeld worden. Medewerkers van de IND maken zich toch zorgen over de uitbreiding van het kinderpardon. Zo kampt de organisatie momenteel al met overbelasting en wordt verwacht dat dit erger zal worden met de nieuwe benodigde herbeoordeling van de 700 dossiers.

Een andere verandering is dat het vrijwillig overnemen van vluchtelingen afkomstig uit oorlogsgebieden verminderd wordt met een aantal van 250. De kerkelijke organisatie voor hulp aan asielzoekers Inlia is tevreden met het akkoord, maar directeur John van Tilborg is het er niet mee eens dat het feit dat de 630 kinderen waarschijnlijk mogen blijven, ten koste zal gaan van vluchtelingen. “Deze mensen hebben net zo goed recht op hulp en bescherming”, zo stelt Van Tilborg.

Ook de kinderrechtenorganisatie Defence for Children is verheugd met het besluit met betrekking tot het kinderpardon. Martine Goeman, jurist bij de organisatie: “Het is een doorbraak dat er eindelijk een einde komt aan de verblijfsonzekerheid van veel kinderen. Kinderrechten doen er toe.” Daarnaast vraagt zij zich af hoe het zit met kinderen die hier al ruim tien jaar verblijven en afgewezen zijn op de voorloper van de definitieve kinderpardonregeling. Hier is immers nog onduidelijkheid over. Goeman merkt ook op dat meer duidelijkheid is gewenst over het opnemen van het aantal vluchtelingen. Dit gezien het feit dat Nederland naar verwachting 500 in plaats van 750 vluchtelingen gaat opnemen. Het aantal van 750 vond jurist Martine Goeman al beschamend weinig.

Verder is het nog niet volstrekt helder of kinderen die al minstens vijf jaar lang in procedures verwikkeld zijn, maar nog geen aanvraag voor het kinderpardon hebben gedaan, eigenlijk in aanmerking komen. Om hoeveel kinderen het in deze groep gaat is onbekend. Deze minderjarigen vroegen op advies van hun advocaten geen kinderpardon aan. De advocaten verkeerden in de veronderstelling dat ze geen schijn van kans zouden hebben. Dat idee kwam voort uit het zogenoemde meewerkcriterium. Dat criterium ging in de loop der jaren steeds zwaarder wegen in asielaanvragen met als gevolg dat in 2013 nog 880 aanvragen werden ingediend en in 2018 minder 50.

Kortom, de ruimere regeling met betrekking tot het kinderpardon zal voor ruim 600 kinderen zeer gunstig uitvallen, maar het feit blijft dat er momenteel nog teveel onduidelijkheid is op enkele vlakken.