Airbnb legt zich niet neer bij oordeel kantonrechter over terugbetalen servicekosten

Nadat de kantonrechter in Amsterdam in maart een streep haalde door de dubbele servicekosten die Airbnb vraagt, stroomden er duizenden claims binnen van Airbnb-klanten die hun geld terugeisen. Om te voorkomen dat tienduizenden Nederlanders hun servicekosten terugkrijgen daagt Airbnb nu verschillende claimorganisaties voor de rechter. 

Airbnb brengt voor iedere boeking bij zowel huurders als verhuurders bemiddelingskosten in rekening. Daarmee overtreedt Airbnb het verbod op ‘het dienen van twee heren’ (art. 7:417 lid 4 BW), zo oordeelde de kantonrechter in Amsterdam in maart. Deze bepaling verbiedt in beginsel het in rekening brengen van bemiddelingskosten bij zowel de verhuurder als de huurder. Airbnb vindt echter dat zij slechts een onlineplatform is en niet bemiddelt. Daar ging de kantonrechter niet in mee. De kantonrechter was van mening dat Airbnb wel degelijk als bemiddelaar moet worden gezien omdat zij zich actief bemoeit met alle aspecten van de totstandkoming van de huurovereenkomst. De kantonrechter oordeelde dan ook dat Airbnb de bemiddelingskosten voor de zeven boekingen van de man die de procedure aanspande terug moest betalen.

De uitspraak van de kantonrechter in Amsterdam heeft voor een stortvloed aan claims gezorgd van Airbnb-klanten die hun betaalde servicekosten terugeisen. Zo’n 32.000 Nederlandse gebruikers van het verhuurplatform eisen samen een bedrag van 6,5 miljoen euro terug. De eisers hebben zich aangesloten bij verschillende Nederlandse claimbedrijven. Airbnb legt zich daarentegen nog niet neer bij het oordeel van de kantonrechter.

Naar de Hoge Raad

Hoewel Airbnb niet in hoger beroep kon vanwege het te lage claimbedrag, stapt zij nu zelf naar de rechtbank in Rotterdam om te voorkomen dat de Nederlandse Airbnb-klanten hun servicekosten terugkrijgen. Airbnb heeft gevraagd de Hoge Raad bij de behandeling te betrekken. Airbnb hoopt een principiële uitspraak te krijgen van de Hoge Raad dat het bedrijf geen servicekosten verschuldigd is. Volgens Airbnb gaat de uitspraak van de kantonrechter in tegen een beslissing van het Hof van Justitie van de Europese Unie. In deze uitspraak heeft het Hof geoordeeld dat Airbnb als een informatiedienst moet worden beschouwd, en niet als een vastgoedmakelaar of woningverhuurder.

Als de zaak inderdaad wordt voorgelegd aan de Hoge Raad zal de uitspraak naar verwachting nog anderhalf jaar op zich laten wachten. De Consumentenbond en Consumentenclaim hebben in ieder geval laten weten dat zij de rechtszaak met vertrouwen tegemoet zien.