Advocaten met Facebookpagina’s moeten zorgvuldig zijn met delen

Advocatenkantoren gebruiken steeds vaker een Facebookpagina om juridisch nieuws te delen. Nu 2017 het jaar is van nepnieuws en alternatieve feiten is het voor hen meer dan voorheen van belang om accuraat en niet misleidend te zijn. De Haagse Raad van Discipline heeft in een tuchtzaak toegelicht waar advocaten die nieuwtjes delen op sociale media rekening mee moeten houden.

In de zaak waar de Raad van Discipline over moest oordelen werd een tuchtklacht ingediend door een jeugdzorginstelling waarover een advocate een bericht, afkomstig van een derde, op de Facebookpagina van haar kantoor had gedeeld. Het bericht ging om een aanstaand faillissement van de jeugdzorginstelling William Schrikker Groep, die allesbehalve blij was met het delen van dit niet zo heugelijke nieuws. Volgens de instelling ging het dan ook om onjuist en ongefundeerd nepnieuws. Toen de advocate het bericht niet direct wilde verwijderen, diende de instelling een tuchtklacht over haar in.

In de Gedragscode voor Europese advocaten is in regel 2.6 neergelegd dat persoonlijke publiciteit door advocatenkantoren of advocaten op sociale media is toegestaan, zolang de informatie maar accuraat en niet misleidend is. Volgens de Raad van Discipline is het geen probleem voor advocaten om via hun Facebookpagina informatie of publicaties van derden te delen. Het is dan wel verstandig om de bron te vermelden, maar in principe is de advocaat niet verplicht om te onderzoeken of de informatie juist is.

Pas als er zich bijzondere omstandigheden voordoen is de advocaat wél verplicht na te gaan of alles klopt, en moet publicatie soms zelfs achterwege worden gelaten. Als de advocaat op basis van de inhoud, vorm of bron twijfelt (of moet twijfelen) aan de juistheid van het stuk, zal er moeten worden onderzocht of er sprake is van nepnieuws. Mocht blijken dat de informatie hartstikke nep is, onnodig, ongefundeerd beschuldigend of beschadigend (of een combinatie van dit alles) is, dan moet de advocaat afzien van publicatie. De Raad van Discipline benadrukt dat lezers vaak meer waarde toekennen aan een artikel van een advocaat, zeker als het onderwerp zijn of haar specialisme betreft.

In de tuchtzaak is de klacht overigens ongegrond verklaard. De advocate had onderzoek gedaan naar de cijfers en achtergrond van het artikel. Er waren geen bijzondere omstandigheden aan de orde waardoor de advocate had moeten afzien van publicatie. Dat volgens de instelling het artikel in zijn geheel nepnieuws was blijft dus een alternatief feit.