Advocaat pleit voor strafrechtelijk onderzoek vreugdevuren

Afgelopen oudejaarsnacht eindigden de traditionele vreugdevuren op Scheveningen voor de vele omstanders in een nachtmerrie. Door de veel te hoge vuurstapels en een stevige wind regende het gloeiende stukken houtskool in de kustplaats. De gemeente Den Haag neemt haar verantwoordelijkheid en laat een onafhankelijk onderzoek instellen door de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV). Advocaat Rutger Lonterman is echter van mening dat er strafrechtelijk onderzoek zou moeten komen.

De traditioneel gehouden vreugdevuren op het strand van Scheveningen leidden afgelopen oudejaarsnacht tot een vuurtornado en vuurregens. De combinatie van een te harde landinwaartse wind en te hoge brandstapels zorgde voor een regen aan vonken en veel branden in de kustplaats. Dit zorgde voor veel materiële schade aan onder andere auto’s, woningen en bedrijfspanden. Niemand raakte door het vreugdevuur gewond.

De Haagse burgemeester Krikke kreeg felle kritiek over het gevoerde beleid rondom de vreugdevuren. Voor het aansteken van de brandstapels bleek dat deze groter en hoger waren geworden dan afgesproken tussen de bouwers en de gemeente. De stapels zouden 48 meter hoog zijn, 13 meter hoger dan was afgesproken. Desondanks werden deze toch tijdens de jaarwisseling aangestoken.

Onafhankelijk onderzoek

De gemeente Den Haag laat een onafhankelijk onderzoek uitvoeren door de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV). De raad gaat onder meer kijken naar de voorbereiding van de vreugdevuren en naar de problemen die zijn ontstaan door het aansteken van de brandstapels. In eerste instantie was de OVV terughoudend over het instellen van een onderzoek. Naar mening van de OVV zijn er in Scheveningen vooral risico’s ontstaan, maar echt sprake van een ramp was er niet.

Toch wordt het onderzoek doorgezet. Het voornemen is dat het onderzoek op tijd wordt afgerond, zodat de resultaten kunnen worden meegenomen bij de organisatie van de volgende jaarwisseling.

Strafrechtelijk onderzoek

 Advocaat Rutger Lonterman is van mening dat een onafhankelijk onderzoek niet voldoende is. Hij roept de Scheveningers op om aangifte te doen tegen de gemeente om zo een strafrechtelijk onderzoek af te dwingen. De advocaat stelt dat ”het een wonder is dat er alleen materiële schade is”. “De gemeente had het ontsteken van deze gigantische stapels kunnen verbieden”, zegt hij. Lonterman is derhalve van mening dat een strafrechtelijk onderzoek hier op z’n plaats zou zijn, de vreugdevuren hadden immers kunnen uitlopen op een waar drama.

Of zo’n aangifte kans van slagen zou hebben is echter nog maar de vraag. Gemeenten kunnen, als publiekrechtelijke rechtspersonen, strafrechtelijk aansprakelijk gesteld worden op grond van artikel 51 Wetboek van Strafrecht. Echter genieten gemeenten wel strafrechtelijke immuniteit bij de uitvoering van exclusieve bestuurstaken, dit is door de Hoge Raad bepaald in het arrest Pikmeer II van 6 januari 1998. Of het beleid rondom het aansteken van de vreugdevuren kan worden gekwalificeerd als een exclusieve bestuurstaak zal moeten worden ingevuld door de rechter.