Aantal jeugdige verdachten daalt sterk

In het afgelopen decennium is het aantal verdachten tussen de twaalf en achttien jaar sterk afgenomen. In 2018 werden 16.000 minderjarigen verdacht van een misdrijf. In 2009 waren dat re nog 44.000, meldde het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) onlangs.

Onder jongeren is de afname van het aantal verdachte jongens van twaalf tot vijftien jaar het grootst, zo blijkt uit de cijfers. In tien jaar tijd werden bijna zeventig procent minder jongens in de leeftijdscategorie van twaalf tot vijftien aangemerkt als verdachten van misdrijven. De daling komt neer 3,9 procent aan jeugdige verdachten in 2008 tot 1,3 procent in 2018.

Ook in andere Europese landen lijkt de (geregistreerde) jeugdcriminaliteit te zijn gedaald, maar Nederland lijkt een van de enige landen te zijn waarin dit zich blijft voortzetten.

In 2018 werden ruim 155.000 mensen aangemerkt als verdachte van een misdrijf. Eén op de tien hiervan was minderjarig. Jongeren worden het meest verdacht van vermogensdelicten, zoals diefstal, vernielingen en misdrijven tegen de openbare orde of politie.

Daarnaast is het zo dat in 2018 zo’n 0,9 procent van de Nederlandse inwoners van 12 jaar en ouder verdacht werd van een misdrijf. Dit komt neer op 30.000 vrouwen en 130.000 mannen. Mannen waren in elke leeftijdscategorie vaker verdachte van een misdrijf dan vrouwen, ook in de groep jeugdigen.

Het percentage van de jongeren dat als verdachte staat geregistreerd, verschilt enorm tussen gemeenten. Wel is te zien dat het aantal jeugdige verdachten het hoogst is in Rotterdam. Hierna volgen Den Haag en Amsterdam als grote steden waarin veel (jeugdige) verdachten te vinden zijn. Het laagst aantal minderjarigen dat verdacht werd van een misdrijf is te vinden in Tubbergen, Overijssel.